Een uitgebreid overzicht van alle recent aangemelde en alle lopende zaken is te vinden op deze pagina's (2012) en (2013) van de website van UK IP Office.
Zaak C-617/12: Astrazeneca AB. Prejudiciële vragen High Court of Justice, Chancery Division, Patents Court (UK).
Octrooirecht. “A request for a preliminary ruling in a case which concerns a dispute over the duration of a Supplementary Protection Certificate (SPC) and seeks clarity in the interpretation of European Parliament and Council Regulation 469/2009/EC.”(Samenvatting UK IP Office).
Prejudiciële vragen: “1. Is a Swiss marketing authorisation not granted pursuant to the administrative authorisation procedure laid down in Directive 2001/83/EC, but automatically recognised by Liechtenstein, capable of constituting the 'first authorisation to place the product on the market' for the purposes of Article 13(1) of Regulation 469/2009/EC?
2. Does it make a difference to the answer to the first question if:
(a) the set of clinical data upon which the Swiss authority granted the marketing authorisation was considered by the European Medicines Agency as not satisfying the conditions for the grant of a marketing authorisation pursuant to Regulation 726/2004/EC; and/or
(b) the Swiss marketing authorisation was suspended after grant and was only reinstated following the submission of additional data?
3. If Article 13( 1) of Regulation 469/2009 refers solely to marketing authorisations granted pursuant to the administrative authorisation procedure laid down in Directive 2001/83/EC, does the fact that a medicinal product was first placed on the market within the EEA pursuant to a Swiss marketing authorisation automatically recognised in Liechtenstein which was not granted pursuant to Directive 2001l83/EC render that product ineligible for the grant of a supplementary protection certificate pursuant to Article 2 of Regulation 469/2009?”
Zaak C-11/13: Bayer CropScience. Prejudiciële vragen Bundespatentgericht (Duitsland).
Octrooirecht. "The appellant is seeking a supplementary protection certificate for ‘Isoxadifen and the salts and esters thereof’. Isoxadifen is a ‘safener’, that is, a substance added to a product to prevent the harmful action of an herbicide in plants.
The referring Court asks whether such a safener falls within the meaning of the terms ‘product’ in Article 3(1) and Article 1(8), and ‘active substance’ in Article 1(3) of the Regulation 1610/96."(Samenvatting UK IP Office).
Merkenrecht (oppositieprocedure). Zaak C-608/12 P: Hoger beroep tegen T-333/11, Greinwald GmbH v BHIM (beeldmerk met woordelement STAR FOODS).
“In het bestreden arrest is de in artikel 7, lid 1, sub b en c, van de verordening inzake het gemeenschapsmerk vervatte rechtsopvatting onjuist toegepast doordat op basis van de conceptuele overeenstemming van de woorden "foods" en "snacks" is geoordeeld dat een groter verwarringsgevaar dreigt. Ingevolge artikel 7, lid 1, sub b en c, van deze verordening wordt de inschrijving geweigerd van beschrijvende tekens zonder onderscheidend vermogen. Wanneer beschrijvende elementen van een teken zonder onderscheidend vermogen overeenstemmen, is er derhalve geen sprake van verwarringsgevaar of van een groter verwarringsgevaar.
Daaruit volgt dat slechts sprake is van verwarringsgevaar wanneer afbreuk wordt gedaan aan de herkomstaanduidende functie van een merk. Alleen tekens en elementen van tekens die onderscheidend vermogen bezitten, vervullen een herkomstaanduidende functie. Vervult een element van een teken geen herkomstaanduidende functie, dan kan daaraan ook geen afbreuk worden gedaan door het gebruik van een overeenstemmend element van een jonger merk.
Het beginsel dat elementen van een teken zonder onderscheidend vermogen geen verwarringsgevaar in het leven kunnen roepen, komt ten slotte ook tot uitdrukking in de rechtspraak van het Hof, volgens welke het publiek een beschrijvend element van een samengesteld merk doorgaans niet waarneemt als het onderscheidende en dominerende bestanddeel in de totaalindruk van een samengesteld merk.”
Merkenrecht (oppositieprocedure). Zaak C-578/12 P: Hoger beroep tegen T-39/10, El Corte Inglés, SA v BHIM (PUCCI).
“Rekwirante voert aan dat er gevaar voor verwarring bestaat (artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 207/2009) tussen de oudere merken "EMIDIO TUCCI" en "E. TUCCI" en het aangevraagde litigieuze gemeenschapsmerk "PUCCI", en dit voor alle waren van de klassen 3, 9, 14, 18, 25 en 28, gelet op het feit dat zij heeft aangetoond dat al haar Spaanse merken normaal zijn gebruikt en dat één merk (het onder nr. 3679528 aangevraagde gemeenschapsmerk) niet aan deze verplichting is onderworpen, en de conflicterende tekens zodanig overeenstemmen dat er gevaar is voor verwarring. Bovendien is in casu eveneens voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009, aangezien de oudere merken in Spanje bekendheid genieten voor modeartikelen en afbreuk zou worden gedaan aan en ongerechtvaardigd voordeel zou worden getrokken uit een dergelijke bekendheid indien een derde een overeenstemmend teken zou gebruiken.”