RCC, 7 maart 2016, FNLI v Lidl
Reclamerecht. De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) maakt bezwaar tegen een aantal uitingen die deel uitmaken van de reclamecampagne “Waar kies jij voor?” van Lidl. Dit gaat om 6 televisiecommercials, 9 radiocommercials, 2 printadvertenties, 2 abriposters en uitingen op de website www.lidl.nl. De RCC oordeelt dat alle commercials toelaatbaar zijn.
De RCC beoordeelt de reclamecampagne niet als één geheel, maar per groep uitingen. Met betrekking tot de televisiecommercials wordt geoordeeld dat niet aannemelijk is dat de consument de commercials zal opvatten als een vergelijking op kwaliteit tussen de A-merk producten en de Lidl-producten en een daaruit voortvloeiende claim dat Lidl-producten ‘even goed’ zijn als de producten waarmee is vergeleken. Ook is niet aannemelijk dat de consument de inhoud van de televisiecommercials zal opvatten als een objectieve smaakclaim. Voor de radiocommercials wordt op dezelfde gronden als de televisiecommercials geoordeeld dat geen sprake is van een prijsvergelijking of kwaliteits- en/of smaakvergelijking.
De printadvertenties, waarin een product van een A-merk en het Lidl-huismerk naast elkaar zijn afgebeeld, met bijbehorende prijzen zijn ook niet onrechtmatig. De advertenties betreffen een duidelijke vergelijking op prijs en niet gesteld of gebleken is dat de prijsvergelijking onjuist is. Er wordt niet gerefereerd aan smaak of kwaliteit van de producten. De abriposters zijn op zelfde gronden niet onrechtmatig.
Met betrekking tot de online uitingen wordt geoordeeld dat niet alleen op prijs wordt vergeleken, maar ook op smaak. Het is niet gebleken dat de weergegeven prijzen van de producten onjuist zijn. Voorts is naar het oordeel van de Commissie voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat in de online uitingen niet wordt geclaimd dat de Lidl-producten ‘net zo lekker’ zijn als de A-merk producten.
Lees de beslissing hier.
B914320
(Met dank aan Daniël Haije en Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak)