Vzr. Rechtbank Amsterdam, 14 november 2012, LJN: BY8226, Firesense Benelux B.V tegen Sensetek B.V. c.s.
Auteursrecht, althans onvoldoende spoedeisende uteursrechtelijke vordering in kort geding over gestelde schending geheimhoudingsbeding en concurrentiebeding door voormalige werknemers van eiseres Firesense (apparatuur voor professionele branddetectie). Omdat het verbod om concurrerende activiteiten te verrichten wordt de auteursrechtelijke vordering echter als onvoldoende spoedeisend aangemerkt en worden de proceskosten conform het liquidatietarief berekend. Ook de 843a vordering tot afgifte van stukken wordt met het oog op de lopende bodemprocedure wegens gebrek aan spoedeisend belang afgewezen.
Voldoende aannemelijk is dat gedaagden tijdens hun dienstverband kopieën van hebben gemaakt van bedrijfsgegevens. Die gegevens zijn mogelijk openbaar, maar ook het gebruiken van ‘de wijze waarop deze [mogelijk openbare] gegevens worden gerubriceerd en verwerkt in het proces van bedrijfsvoering’ kan als onrechtmatige concurrentie worden aangemerkt. SenseTek dient de berdijfsvoering te staken. Partijen leveren weliswaar niet dezelfde producten, maar zijn wel concurrenten en het belang van FireSense bij het verbod weegt zwaarder dan het belang van SenseTek.
5.8. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat gedaagde 2 en gedaagde 3 gedurende hun dienstverband kopieën van bedrijfsgegevens van FireSense hebben gemaakt met het oogmerk deze te gaan gebruiken ten behoeve van hun eigen onderneming. Het verweer dat deze gegevens openbaar zijn en ook via een andere weg verkregen had kunnen worden slaagt niet. In de eerste plaats is door FireSense betwist dat (al) deze gegevens openbaar zijn en daarnaast gaat het bij bedrijfsgeheimen niet alleen om feitelijke gegevens, maar ook om de wijze waarop deze gegevens worden gerubriceerd en verwerkt in het proces van bedrijfsvoering. Juist door dit laatste op efficiënte wijze te verrichten kan een ondernemer voordeel behalen ten opzichte van de concurrentie die over dezelfde feitelijke gegevens beschikt. Door gebruik te maken van de bij FireSense opgebouwde expertise op dit gebied behaalt SenseTek een ongerechtvaardigd concurrentievoordeel. Verder is onweersproken gesteld dat SenseTek klanten van FireSense heeft benaderd en daarbij een prijsstelling heeft gehanteerd die net onder het niveau van FireSense zit.
5.9. Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat voldaan is aan het onder 5.4 genoemde criterium en er derhalve sprake is van onrechtmatige concurrentie. Ook hebben gedaagde 2 en gedaagde 3 gehandeld in strijd met hun geheimhoudingsbeding en zich niet gedragen volgens de normen van goed werknemerschap. Ten aanzien van gedaagde 4 en SenseTek is de voorzieningenrechter van oordeel dat zij profiteren van de wanprestatie van gedaagde 2 en gedaagde 3 en zich (daarom) ook zelf schuldig maken aan onrechtmatige concurrentie.
5.12. Nu er sprake is van onrechtmatige concurrentie is de vordering tot het opleggen van een verbod dienaangaande toewijsbaar. Het belang van FireSense bij het gevraagde verbod weegt zwaarder dan het belang van SenseTek c.s. bij de voortzetting van de bedrijfsvoering. SenseTek concurreert met FireSense, ook al leveren zij niet dezelfde producten. Zij opereren in dezelfde markt van branddetectieproducten. Terecht verzet FireSense zich tegen die concurrentie. SenseTek c.s. heeft weliswaar een groot belang bij de voortzetting van haar bedrijfsvoering, maar dat belang moet op rechtvaardigheidsgronden wijken voor het belang van FireSense.
(…) 5.21. Wat betreft de vordering tot afgifte van stukken is de voorzieningenrechter van oordeel dat het beroep van SenseTek c.s. op het ontbreken van spoedeisend belang slaagt. Redengevend hiervoor is dat de betreffende vordering identiek is aan de incidentele vordering die is ingediend in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure. Naar verwachting zal de bodemrechter binnen (maximaal) enkele weken uitspraak doen in dit incident. Dat aan de zijde van FireSense een dermate groot spoedeisend belang bestaat dat deze beperkte periode niet kan worden afgewacht is niet gebleken. Nu dit deel van de vordering zal worden afgewezen is de vordering als bedoeld in 3.1 onder 4 evenmin toewijsbaar.
Lees het vonnis hier.