Schriftelijk overleg over doorvoer van merkproducten in EU en modernisering auteursrecht

10-12-2013 Print this page
B912661

Verslag van een schriftelijk overleg inzake de geannoteerde agenda van de Raad voor Concurrentievermogen van 2 en 3 december 2013, Kamerstukken II 2013-2014, 21501-30 nr. 320.

"Industrie en interne markt
De leden van de PvdA-fractie maken zich zorgen over de mogelijkheid voor houders van merkrechten om goederen van derden, die zich in doorvoer in het douanegebied bevinden, te verhinderen. Met de grote haven van Rotterdam zou een dergelijke mogelijkheid de Nederlandse economie kunnen schaden. Deze leden vragen de minister of hij deze zorgen deelt en of hij voornemens is dit te voorkomen.


Nederland deelt de zorgen van de PvdA-leden. Overigens niet alleen voor de grote haven in Rotterdam, maar ten aanzien van alle (lucht)havens in Nederland die zich bezighouden met goederenvervoer. Internationale handel is cruciaal voor de Nederlandse economie. Inbreuken op intellectuele eigendomsrechten (waaronder merken in het algemeen en namaak in het bijzonder) kunnen grote commerciële schade toebrengen aan handel en economie en dienen bestreden te worden. De in het kader hiervan te nemen maatregelen moeten echter proportioneel zijn. In het fiche dat naar aanleiding van de voorstellen tot wijziging van het merkenrecht is opgesteld (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 22 112, nr. 1618) heeft het kabinet al aangegeven te betwijfelen of ten aanzien van onder andere doorvoer niet voor een minder vergaand voorstel had moeten worden gekozen. Het huidige voorstel maakt het mogelijk de invoer van goederen in het douanegebied van de Unie te verhinderen wanneer deze goederen zonder toestemming een merk dragen dat in wezen gelijk is aan het voor deze goederen ingeschreven merk. Dit ongeacht of de waren al dan niet in de vrije handel binnen de EU worden gebracht. Deze mogelijkheid van tegenhouden van goederen in doorvoer op grond van een Europees of nationaal merkrecht kan de internationale handel belemmeren. Het is immers mogelijk dat deze goederen inbreuk zouden maken op de EU-markt, maar in het land van afkomst of bestemming niet. Nederland is van mening dat als er geen hoge mate van waarschijnlijkheid is dat deze goederen op de EU-markt terecht zullen komen, er geen sprake zou moeten zijn van (een vermoeden van) een inbreuk op een merkrecht en de goederen ongestoord hun weg moeten kunnen vervolgen. Hiervoor zet Nederland zich in.

[...] Digitale interne markt
De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de opmerking ‘Ten aanzien van de digitale interne markt hecht Nederland eraan dat het auteursrecht wordt aangepast aan het digitale tijdperk.’ Deze instelling lijkt deze leden geen onderwerp van debat en vragen wat concreet de inzet van Nederland wordt. De leden vragen de minister drie concrete voorstellen geven hoe hij het auteursrecht wil aanpassen aan het digitale tijdperk.

In het regeerakkoord is aangegeven dat de inzet van dit kabinet is dat het auteursrecht zo wordt gemoderniseerd dat recht wordt gedaan aan de bescherming van creatieve prestaties zonder dat de gebruiksmogelijkheden voor consumenten in het gedrang komen. Een van de uitgangspunten daarbij is dat het Europese auteursrecht wordt aangepast aan het digitale tijdperk. Daarom heeft het kabinet de afgelopen jaren de Europese plannen gesteund om te komen tot digitaliseringsprojecten en het behoud van cultureel erfgoed te faciliteren. Ook heeft het kabinet zich ingezet om de territoriale beperkingen van  auteursrechtlicenties terug te dringen (Kamerstukken II, 29838, nr. 29). Dit heeft inmiddels geresulteerd in de totstandkoming van de Richtlijn 2012/28/EU inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken. Op grond van deze richtlijn moet worden voorzien in een beperking op het auteursrecht en het naburig recht die het mogelijk maakt dat bepaalde erfgoedorganisaties (zoals bibliotheken, musea en archieven) beschermde prestaties online ter beschikking kunnen stellen. Het gaat dan om beschermde prestaties waarvan de rechthebbenden niet kunnen worden gevonden en daarom niet eerst om toestemming konden worden gevraagd. Daarnaast is er een akkoord aanstaande tussen het Europees Parlement en de Raad over een richtlijnvoorstel voor collectief rechtenbeheer en multiterritoriale muzieklicentieverlening voor online toepassingen in de interne markt (COM (2012), 579). Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de verlening van multiterritoriale muzieklicenties wordt geharmoniseerd en bevorderd. Daarnaast zal de richtlijn moeten gaan zorgen voor meer transparantie en een efficiëntere werkwijze van collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten. Ten slotte blijft Nederland erop aandringen dat de Commissie de uitkomsten van de recent afgeronde stakeholdersdialoog gebruikt om te komen met aanvullende  maatregelen ter vergroting van de flexibiliteit in het auteursrecht, zodat de Europese positie in de creatieve en entertainmentindustrie wordt versterkt."

Lees hier meer.