B9 11506. Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2012, HA ZA 11-2760, B. tegen Sanoma Media Netherlands B.V. & Jonge Gezinnen B.V. (met dank aan Josine van den Berg en Sebastiaan Brommersma, Klos Morel Vos & Schaap).
Auteursrecht. Format/concept-bescherming. Prestatiebescherming. Nuttig vonnis voor de praktijk van het aanbieden en verkopen van formats, ideeën en concepten en de daarbij gebruikte geheimhoudingsovereenkomsten.
Eiser B. heeft zich in 2008 zijn concept voor een Babykadobon, een kaart waarmee babycadeaus kunnen worden gekocht, gepresenteerd aan gedaagde Sanoma. Partijen hebben daarop een (tijdelijke) geheimhoudingsovereenkomst gesloten, die na afloop is verlengd tot 31 mei 2008. Eiser B. heeft vervolgens, in samenwerking met nieuwe investeerders, in 2009 opnieuw een presentatie gegeven aan Sanoma, nu onder de naam Babykadokaart (i.p.v. babykadobon). Na enkele gespreken heeft B. laten weten het project even in de ijskast te zetten. In 2011 heeft Sanoma haar eigen Babygiftcard op de markt gebracht. Eiser stelt dat Sanoma hiermee inbreuk maakt op zijn auteursrecht en ook anderszins onrechtmatig handelt (wanprestatie/ontlening).
De rechtbank wijst de vorderingen van B. af. Van auteursrecht is allereerst geen sprake. Idee noch uitwerking zijn als werk aan te merken. “Van een verrassende combinatie die tot een uniek product heeft geleid, is geen sprake. Het betreft hier slechts een variatie op de reeds lange tijd bestaande cadeaubon.” Alleen de vormgeving getuigt van creatieve keuzes, maar aangezien de kaart van Sanoma uiterlijk geheel verschilt van de Babykadobon is van inbreuk geen sprake.
Ook van wanprestatie of ontlening is geen sprake. Op het moment van de breuk in de onderhandelingen lagen de standpunten van partijen nog zo zeer uiteen, dat de eisen van de precontractuele goede trouw er niet aan in de weg stonden dat partijen hun eigen weg gingen. Daarnaast heeft Sanoma -onvoldoende betwist- gesteld dat de termijn van anderhalfjaar was verstreken toen zij met de ontwikkeling van de Babygiftcard aan de slag ging. Van handelen in strijd met (het anti concurrentiebeding in) de geheimhoudingsovereenkomst is dan ook geen sprake. Ook de stelling dat Sanoma de Babygiftcard heeft ontleend aan de Babykadobon en daardoor onrechtmatig handelt wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De relevante 1019h proceskosten (alleen m.b.t. het auteursrecht) worden geschat op 10% van het totaal en worden vastgesteld op €3.025,35.
Auteursrecht: 4.4. Als uitgangspunt geldt, dat wanneer een idee of stijl in een concrete uiting is uitgewerkt, die betreffende uiting mogelijk bescherming als werk geniet. In dit geval gaat het om een concept voor een cadeaukaart voor een specifieke doelgroep, te weten (ouders van) baby's. Het idee van een cadeaukaart voor (ouders van) baby's beschouwt de rechtbank niet als een werk in de zin van de Auteurswet. Voor de uitvoering zijn een aantal bestaande en bekende elementen gebruikt, te weten een oplaadbare kaart met het formaat van een pinpas, waarvan het saldo in een aantal (niet ketengebonden) winkels en webshops in Nederland kan worden besteed. De oplaadbare kaart kan worden gepersonaliseerd raet een foto en tekst en wordt gecombineerd met een wenskaart. Hij wordt gepresenteerd in een cadeauverpakking die door de brievenbus past. De rechtbank acht deze elementen zowel afzonderlijk als in samenhang bezien, te algemeen en zeer voor de hand liggend bij een cadeaukaart. Dat en waarom sprake is van een vrije, creatieve keuze bij de samenvoeging van deze elementen, is door B. niet nader toegelicht. Van een verrassende combinatie die tot een uniek product heeft geleid, is geen sprake. Het betreft hier slechts een variatie op de reeds lange tijd bestaande cadeaubon. Het concept voor een Babykadobon of -kaart kan dan ook niet als een werk in de zin van de Auteurswet worden beschouwd.
Wanprestatie: 4.10. De rechtbank kan op basis van hetgeen partijen over en weer hebben gesteld niet vaststellen dat er, behalve de Geheimhoudingsovereenkomst, afspraken tussen partijen zijn gemaakt die Sanoma niet is nagekomen. De tekst van artikel 8 van de Geheimhoudingsovereenkomst laat aan duidelijkheid niets te wensen over, nu die luidt: Anders dan vermeld in deze Overeenkomst, heeft geen der partijen jegens de ander partij een juridische verplichting met betrekking tot het aangaan van enige overeenkomst als gevolg van enige mondelinge op schriftelijke mededeling van hemzelf of het voeren van onderhandelingen, totdat een definitieve schriftelijke overeenkomst is gesloten. Partijen hebben weliswaar ook na afloop van de Geheimhoudingsovereenkomst nog met elkaar over vormen van samenwerking gesproken, maar deze gesprekken zijn uiteindelijk door R. afgebroken en het project Babykadokaart is 'in de ijskast' gezet. B. heeft ter zitting verklaard dat dit was omdat er een heel slecht en onacceptabel financieel voorstel lag van Sanoma, wat voor hem een 'wurgcontract' was. Voor de rechtbank staat dan ook vast dat op het moment van deze breuk in de onderhandelingen de standpunten van partijen nog zo zeer uiteen lagen, dat de eisen van de precontractuele goede trouw er niet aan in de weg stonden dat partijen hun eigen weg gingen.
4.11. Er bestond voor Sanoma geen (juridische) verplichting om B. over de voorgenomen exploitatie van de Babygiftcard te informeren. Het anti concurrentiebeding in artikel 7 van de Geheimhoudingsovereenkomst beperkte partijen in die zin dat het hen gedurende anderhalfjaar na de ingangsdatum van de geheimhoudingsovereenkomst niet was toegestaan activiteiten/producten te ontwikkelen, verkopen of aan derden aan te bieden, welke identiek zijn aan het door ImageNation gepresenteerde concept Babykadobon. Sanoma heeft - door B. onvoldoende betwist - gesteld dat de termijn van anderhalfjaar was verstreken toen zij met de ontwikkeling van de Babygiftcard aan de slag ging. Van handelen in strijd met (het anti concurrentiebeding in) de geheimhoudingsovereenkomst is dan ook geen sprake. De rechtbank zal het subsidiair gevorderde dan ook afwijzen.
Prestatiebescherming: 4.15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Buijs zijn stellingen, in het licht van de gemotiveerde betwisting door Sanoma onvoldoende onderbouwd. Hij heeft een zestal intentieverklaringen overgelegd van bedrijven die handelen in babyproducten, die de bereidheid hebben uitgesproken om als acceptatiepunt van de Babykadobon te participeren. Aangezien de Babykadobon of -kaart nooit daadwerkelijk tot uitvoering is gekomen, zijn deze intentieverklaringen onvoldoende om te kunnen aannemen dat Sanoma gebruik heeft gemaakt van door B. gedane inspanningen en/of onderhandelingen, nog afgezien van het - door B. niet weersproken - betoog van Sanoma dat met deze bedrijven als adverteerder en deelnemer van de door haar uitgegeven Jonge Gezinnen Pas al een relatie bestond. Daarnaast heeft B. een afschrift van een e-mailbericht aan de heer Van Son van Sanoma overgelegd, waarin hij verwijst naar zeven bijlages die betrekking hebben op onderzoeken die het concept Babykadobon onderbouwen en bevestigen. Hoewel de desbetreffende onderzoeken niet zijn overgelegd, maakt de rechtbank uit de benaming daarvan op dat het gaat om artikelen uit tijdschriften, een onderzoek van november 2007 van Deloitte, een onderzoek van Wij special media en TNS-Nipo uit 2007 en een onderzoek naar cadeaubonnen in opdracht van Stored Value Benelux uit 2006. Eigen (markt)onderzoek van B. wordt niet genoemd, wel een door hem gemaakte samenvatting uit diverse bronnen. De rechtbank zal op grond van het voorgaande de vorderingen die zijn gegrond op het op onrechtmatige wijze profiteren door Sanoma dan ook afwijzen.
Lees het vonnis hier.