Verbod op gebruik van rodezoolmerk van Louboutin in politieke campagne

Print this page 15-10-2013
B912564
(Met dank aan Thierry van Innis, VAN INNIS & DELARUE)

Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, 14 oktober 2013, Louboutin v Van Dermeersch.

Merkenrecht. Verweerster Anke Van dermeersch, senator voor het Vlaams Belang, voert sinds kort een politieke campagne onder de naam "Vrouwen tegen islamisering" en verspreidt in dat kader affiches met een foto waarop verweerster luxe schoenen met hoge hakken en een rode zool draagt. Eiser Louboutin verzet zich op grond van zijn welbekende rodezoolmerk tegen dit gebruik en vordert dan ook een inbreukverbod en een recall van alle inbreukmakende dragers. De vorderingen worden toegewezen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van inbreuk in de zin van artikel 2.20(1)(d) BVIE: op grond van een interview van verweerster met Gazet van Antwerpen wordt aangenomen dat verweerster effectief en bewust de schoenen van het merk Louboutin voor de campagne gebruikt zonder hiervoor toestemming van de merkhouder te hebben gevraagd of gekregen. Het merk wordt gebruikt anders dan ter onderscheiding van waren of diensten: de campagne heeft een maatschappelijk en cultureel opzet en het gebruik van het merk heeft hier niets te maken met het onderscheidend karakter van de schoenen in het economisch verkeer.

Bovendien heeft verweerster alleszins de bedoeling om voordeel te halen uit de merkbekendheid van Louboutinm door de schoenen met de kenmerkende rode zool zeer prominent en goed zichtbaar op de foto af te drukken. Daardoor trekt de affiche nog veel sterker de aandacht dan met meer neutrale schoenen. Ook doet het gebruik door verweerster afbreuk aan de reputatie van het merk, nu Louboutin te kennen geeft dat het niet geassocieerd wil worden met politieke campagnes en zeker niet met de controversiële thema's die hier aan de orde zijn. Door het heel expliciet gebruik van het merk op deze zeer zichtbare wijze creëert verweerster onvermijdelijk zulke associatie en dit kan een kwalijke impact hebben op de reputatie van het merk.

Voorts slaagt het verweer dat verweerster een geldige reden kan putten uit haar recht om alle merkenkleding te dragen die zij wil, mits op een eerlijke wijze verkregen, niet. Het is juist dat politici met een zekere mediabekendheid bij uitstek publieke figuren zijn wier aanwezigheid in de openbare ruimte gemakkelijk wordt opgemerkt; dit geldt ook voor de wijze waarop zij zich kleden. Er blijft echter een fundamenteel verschil bestaan tussen enkele verschijningen in het openbaar in persoon, en het lanceren van een systematische en georganiseerde politieke campagne, waarbij op grote schaal gebruik wordt gemaakt van speciaal daartoe gecreëerde beelden. Dit laatste is hier het geval. Het gebruik van het merk in deze context is dan ook niet gelijk te stellen met het normaal dragen van kleding in het dagelijks leven, waar het beperkt blijft tot een privé gebruik. Hier wordt het zo manifest gehanteerd in de campagne, dat het neerkomt op een dominant gebruik ten einde nog meer de aandacht van het publiek te trekken en op die manier een ongerechtvaardigd voordeel uit het merk te putten.

Lees het vonnis hier. Artikelen over deze merkenzaak hier en hier.