EHRM 20 september 2016, Beukering en Parool v Nederland (appl. No. 27323/14)
Publicatie. Het Parool heeft in 2009 een artikel geschreven over rapper “R.P.” met de titel “Rapper met een kort lontje”. Beukering was hoofdredacteur van het Parool ten tijde van het schrijven van het artikel. In het artikel wordt aangekondigd dat de rapper binnenkort voor de rechter moet verschijnen voor het neersteken van een aantal medewerkers van een daklozenopvang. Ook was een foto van R.P. bij het bericht geplaatst. Bij vonnis van 29 december 2010 (IEPT20101229) werd door de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat het plaatsen van de foto niet onrechtmatig was jegens de rapper. Het hof Amsterdam (IEPT20120320) oordeelde later echter dat wel sprake was van inbreuk op het portretrecht van de rapper, waardoor het Parool en Beukering € 1.500 aan R.P. moesten betalen. De Hoge Raad liet het arrest in stand (IEPT20131004). Beukering en het Parool klagen nu op grond van het recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM dat ten onrechte is geoordeeld dat de publicatie van het portret onrechtmatig was en dat zij ten onrechte een schadevergoeding hebben moeten betalen.
Het EHRM overweegt dat de vrijheid van meningsuiting van verzoekers is beperkt. Verzoekers klagen niet dat geen sprake is van een beperking voorzien bij wet of geen sprake is van een legitiem doel. Het is wel de vraag of de beperking “in een democratische samenleving noodzakelijk” was. Hiervoor wordt het recht van verzoekers op vrijheid van meningsuiting afgewogen tegen het recht op privacy (artikel 8 EVRM) van R.P. Het Hof twijfelt er niet aan dat het krantenartikel over de rechtszaak van R.P. een zaak van serieus maatschappelijk belang was. Het zelfde kan worden gezegd over de geweldadige subcultuur waarin R.P. verkeerde. Daarnaast is er geen reden om te twijfelen aan dat R.P. berucht was op grond van de documentaire uit 2007 en een YouTube videoclip. Het artikel was feitelijk juist en het plaatsen van het portret van R.P. maakte het artikel sterker. Het EHRM is echter van oordeel dat het niet onredelijk was van het Hof Amsterdam om te oordelen dat terughoudendheid moet worden betracht bij het publiceren vna portretten van personen die worden verdacht van een strafbaar feit. Dit oordeel wordt ondersteund door onder meer de rechtspraak van het EHRM. De veroordeling tot schadevergoeding van € 1.500 was volgens het EHRM relatief bescheiden en verandert niet het oordeel van het EHRM.
Lees het arrest hier.