Tijdens crises moeten uitzonderlijke, snelle, adequate en evenredige maatregelen worden uitgevoerd waarmee die crises of de gevolgen ervan kunnen worden aangepakt. Daartoe kan het gebruik van geoctrooieerde producten of processen onmisbaar blijken. Vrijwillige licentieovereenkomsten volstaan doorgaans om de octrooirechten op die producten of processen in licentie te geven en de levering ervan in de Unie mogelijk te maken. Vrijwillige overeenkomsten zijn de meest geschikte, snelle en efficiënte oplossing om het gebruik van geoctrooieerde producten en processen mogelijk te maken en de productie op te schalen tijdens crises. Soms is het evenwel niet mogelijk vrijwillige overeenkomsten te sluiten of zouden dergelijke overeenkomsten gepaard kunnen gaan met ontoereikende voorwaarden zoals lange leveringstermijnen.
Een dwanglicentie, dat wil zeggen een machtiging om een door intellectuele-eigendomsrechten beschermde uitvinding te gebruiken zonder toestemming van de houder van het recht, kan een laatste redmiddel bieden, wanneer vrijwillige overeenkomsten niet haalbaar of ontoereikend zouden blijken, om toegang te verlenen tot geoctrooieerde producten of processen, met name in het geval van producten die nodig zijn om de gevolgen van een crisis aan te pakken.
(2) In de context van een crisis- of noodfase van de Unie moet de Unie, in het kader van een crisis- of noodmechanisme waarin een in de bijlage bij deze verordening vermelde rechtshandeling van de Unie voorziet (een “crisis- of noodmechanisme van de Unie”), de mogelijkheid hebben om een beroep te doen op dwanglicenties, in overeenstemming met het kader van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (3) (de “TRIPS-overeenkomst”). Met het uitroepen van een crisis- of noodfase worden belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen, diensten en personen in crisissituaties, alsook een ontoereikende voorziening van crisisrelevante goederen en diensten aangepakt.
(…)
(13) Er moet worden verduidelijkt dat deze verordening geen afbreuk doet aan het Unierecht inzake het auteursrecht en naburige rechten, met inbegrip van de Richtlijnen 96/9/EG (7), 2001/29/EG (8), 2004/48/EG (9), 2009/24/EG (10) en (EU) 2019/790 (11) van het Europees Parlement en de Raad, waarbij specifieke voorschriften en procedures zijn vastgesteld die onverlet moeten blijven. Ook moet worden verduidelijkt dat deze verordening geen afbreuk doet aan Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad (12). Daarnaast mag niets in deze verordening worden uitgelegd als een verplichting tot openbaarmaking van niet openbaar gemaakte knowhow, bedrijfsinformatie of technologische informatie die wordt beschermd door bedrijfsgeheimen zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2016/943, of als een beletsel voor het vrijwillig sluiten van overeenkomsten inzake bedrijfsgeheimen.
Verordening (EU) 2025/2645 (…) betreffende de verlening van dwanglicenties voor crisisbeheersing