(1) Of verstrekking in een tabel en overzicht in informatiebrief van kredietinformatiebureau beantwoordt aan het recht om een kopie te verkrijgen. (2) Over strengere regels voor het ontslaan van een functionaris voor gegevensbescherming. (3) Over geautomatiseerde individuele besluitvorming door kredietinformatiebureaus in de verzekeringswereld. (4) Zijn particuliere parallelle databanken, die naast de databanken van de overheid worden opgericht en waarin gegevens uit de databanken van de overheid langer worden bewaard dan in het strikte kader van de verordening (EU) 2015/848 juncto het nationale recht is geregeld, in beginsel toelaatbaar?
PRIVACY
Zaak C-487/21 Österreichische Datenschuetzbehoerde en CRIF
De door de verwijzende rechter concreet te beoordelen vraag is, of de verstrekking van de persoonsgegevens van verzoeker in de vorm van een tabel en een overzicht in de informatiebrief van het kredietinformatiebureau beantwoordde aan het recht om een kopie te verkrijgen als bedoeld in artikel 15, lid 3, AVG, dan wel of verzoeker recht heeft op de verstrekking van een kopie van zijn persoonsgegevens die door het kredietinformatiebureau worden verwerkt, in de vorm van kopieën of uittreksels van eventuele correspondentie en van de inhoud van databankbestanden en dergelijke. Op grond van de omstreden meningen in de rechtsleer en de eveneens inconsistente rechtspraak vraagt de verwijzende rechter zich af wat precies met het begrip „kopie” in de zin van artikel 15, lid 3, eerste volzin, AVG wordt bedoeld.
De bepalingen van het nationale recht stellen strengere voorwaarden aan het ontslag van de functionaris voor gegevensbescherming dan het recht van de Unie. In de nationale doctrine lopen de meningen uiteen over de vraag of de AVG de lidstaten toestaat het ontslag van de functionaris voor gegevensbescherming afhankelijk te stellen van aanvullende voorwaarden. De eerste vraag is derhalve of het Unierecht, en met name artikel 38, lid 3, tweede volzin, AVG, een regeling van een lidstaat toestaat die aan het ontslag van een functionaris voor gegevensbescherming strengere voorwaarden stelt dan het Unierecht.
C-634/21 SCHUFA Holding
Hij ziet sterke aanwijzingen dat de geautomatiseerde vaststelling van een kredietscore door kredietinformatiebureaus voor de voorspellende beoordeling van de financiële gezondheid van een betrokkene een zelfstandig besluit op basis van geautomatiseerde verwerking is in de zin van artikel 22, lid 1, AVG. Mocht artikel 22, lid 1, AVG aldus op die manier worden uitgelegd, dan zou deze onder het verbod van geautomatiseerde individuele besluitvorming vallen.
C-552/21 SCHUFA Holding e.a.
Zijn particuliere parallelle databanken (met name databanken van een kredietregistratiebureau), die naast de databanken van de overheid worden opgericht en waarin gegevens uit de databanken van de overheid (in casu bekendmakingen inzake insolventie) langer worden bewaard dan in het strikte kader van de verordening (EU) 2015/848 juncto het nationale recht is geregeld, in beginsel toelaatbaar, of blijkt uit het recht op vergetelheid krachtens artikel 17, lid 1, onder d), AVG, dat deze gegevens moeten worden gewist...