Voorziet het Unierecht in een stelsel voor gezamenlijke toestemming voor licentie merk met meerdere merkhouders?

16-02-2023 Print this page
Auteur:
Birgit Kunst-Verboon
B916498

Zaak C686/21, prejudiciële vragen Corte suprema di cassazione, Italië. LEGEA Conclusie van Advocaat-Generaal M. Campos Sánchez-Bordona

Wat gebeurt er als een merk (in dit geval het merk LEGEA) meerdere houders heeft, waar een licentie voor het gebruik van dat merk op rust en een van de mede merkhouders toch later te kennen geeft dat hij de licenties niet wenst te laten voortduren? Is het dan meeste stemmen gelden of is er een unanieme beslissing vereist?

De verwijzende Italiaanse rechter is niet helemaal zeker en wenst te vernemen of het Unierecht voorziet in een stelsel voor de gezamenlijke toestemming voor zowel de verlening van een licentie voor het gebruik van het merk aan een derde als de intrekking van die licentie.

A-G Campos Sánchez-Bordona benoemt eerst dat de juridische problemen rond het medehouderschap van goederen al zo oud zijn als de weg naar het Romeinse recht. Gezien de herkomst van de vragen, een leuke detour om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat in geval van medehouderschap van een merk, de totstandkoming van de gezamenlijke toestemming van de medehouders om een derde een licentie voor het gebruik van het merk te verlenen – ongeacht of het een nationaal merk of een Uniemerk betreft – of om die licentie te beëindigen, wordt geregeld in de toepasselijke bepalingen van de betrokken lidstaat. Het Uniemerkenrecht wordt namelijk volgens de A-G gekarakteriseerd door een betekenisvol (en voorzichtig) stilzwijgen over de regeling die geldt voor het medehouderschap van die merken, welke regeling moet voldoen aan de toepasselijke nationale regels.

In artikel 1108 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek staat hierover het volgende:

„Bij een meerderheid van de deelgenoten die ten minste twee derde van de totale waarde van het gemeenschappelijke goed vertegenwoordigt, kan worden besloten tot alle vernieuwingen die ertoe strekken het goed te verbeteren of het genot ervan te vereenvoudigen of rendabeler te maken, mits zij geen afbreuk doen aan het genot van elke deelgenoot en geen buitensporige uitgaven met zich brengen.

Op dezelfde wijze kunnen andere handelingen worden verricht die buiten het gewone beheer vallen, mits zij geen afbreuk doen aan de belangen van elke deelgenoot.

Voor vervreemdingshandelingen, voor de vestiging van zakelijke rechten op het gemeenschappelijk vermogen en voor huurovereenkomsten met een looptijd van meer dan negen jaar is de instemming van alle deelgenoten vereist.”

Klik hier voor de lezenswaardige conclusie.