B9 11844. Kamerstukken Tweede Kamer. Kamerstuk 33329 nr. 4. Wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de naburige rechten in verband met de omzetting van Richtlijn 2011/77/EU van het Europees Parlement en de Europese Raad van 27 september 2011 tot wijziging van de Richtlijn 2006/116/EG betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten.
Vragen van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (‘belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet’):
“(…) Ergo, een fonogram is de mastertape en iedere volgende vastlegging is een verveelvoudiging van het fonogram. In die zin wijkt de Nederlandse wet al sedert 1993 af van de Conventie van Rome waar onder fonogram wordt verstaan iedere uitsluitend hoorbare vastlegging van klanken van een uitvoering of andere klanken zoals artikel 3, sub b, van het verdrag. Ook de richtlijn spreekt over vastlegging van een uitvoering en niet van eerste vastlegging of opname. Dat betekent in de Nederlandse wet eerste vastlegging. Deelt de regering deze redenering? Zo ja, zal de regering dit corrigeren?”
“Een ander punt is het moment waarop bescherming van een bepaalde opname begint. Betekent remastering of remixing dat een nieuw beschermd fonogram ontstaat? Hoe kan worden vastgesteld welke versie van een product (oorspronkelijk of geremastered) wordt geëxploiteerd? Is dit onderscheid van belang?”
“De leden van de VVD-fractie merken op dat het wetsvoorstel de duur van de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars wijzigt. Deze wordt verlengd van 50 naar 70 jaar. De reden hiervan is dat sommige uitvoerende kunstenaars op jonge leeftijd beginnen en na 50 jaar, aan het eind van hun leven, worden geconfronteerd met een inkomensgat. Dit is ook te lezen in de vijfde overweging van de richtlijn die ten grondslag ligt aan dit wetsvoorstel. Hoe vaak gebeurt het dat een kunstenaar op jonge leeftijd iets heeft geproduceerd en na 50 jaar wordt geconfronteerd met het door de makers van de richtlijn gevreesde inkomensgat? Verwacht de regering dat deze ontwikkeling nog zal toenemen, nu de leeftijd waarop met succes elektronische muziek ten gehore kan worden gebracht steeds verder lijkt te dalen?”
“(…) De leden van de PvdA-fractie vragen in hoeverre het voorstel om de bescherming van vastleggingen van een uitvoering van 50 naar 70 jaar ook betrekking heeft op vastleggingen van beeld (eventueel gecombineerd met geluid). Geldt de termijn van 70 jaar alleen voor vastleggingen van alleen geluid zonder beelden? Zo ja, waarom is dit onderscheid gemaakt? Zo nee, is er misverstand hierover mogelijk en hoe gaat de regering dit misverstand wegnemen?”
“Volgens de memorie van toelichting kunnen sessiemuzikanten die bij een dergelijke opname voor een eenmalig bedrag afstand van hun rechten hebben gedaan, aanspraak maken op het fonds. (…) Dat zou betekenen dat steeds pas ten minste 50 jaar na dato aanspraak gemaakt kan worden op het fonds door een artiest. In veel gevallen zou het dan gaan om erfgenamen omdat de artiest zal zijn overleden. Is het zo dat dit artikel zo strikt dient te worden geïnterpreteerd of kunnen sessiemuzikanten meer in zijn algemeenheid aanspraak maken op het fonds?”
“De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetsvoorstel de SENA aanwijst als collectieve beheersorganisatie die het fonds gaat beheren waaruit de aanvullende vergoeding voor sessiemuzikanten wordt betaald. Nu heeft SENA laten weten uitsluitend de voor commerciële doeleinden uitgebrachte fonogrammen te hebben geadministreerd. Mag SENA ervan uitgaan dat het fonds uitsluitend ziet op deze voor commerciële doeleinden uitgebrachte fonogrammen?”
“De leden van de CDA-fractie begrijpen uit het wetsvoorstel dat de regering verwacht dat platenmaatschappijen alle benodigde informatie bijhouden over sessiemuzikanten, ook van 50 jaar geleden. Kan de regering dat nader beargumenteren? De sessiemuzikanten zijn toch juist afgekocht? Hoe denkt de regering dat gerechtigde sessiemuzikanten kunnen worden gevonden, nu zij 50 jaar geleden zijn afgekocht? Als platenmaatschappijen in het vervolg voor de periode van 50 jaar van ieder fonogram moeten bijhouden welke sessiemuzikanten daaraan hebben meegewerkt, leidt dit dan niet tot een onwenselijke lastenverzwaring?”
“De leden van de VVD-fractie lezen dat artikel 9b de vergoeding bepaalt die de uitvoerende kunstenaar in bepaalde gevallen jaarlijks van de producent van het fonogram kan ontvangen. Dit behelst, op grond van het tweede lid van het voorgestelde artikel, 20% van de inkomsten die de producent heeft verkregen. Er wordt echter geen verantwoording gegeven waarom is gekozen voor precies 20% en niet een ander percentage. In de wijzigingsrichtlijn die aan dit wetsvoorstel ten grondslag ligt, wordt in de elfde overweging wel gesproken van 20%, maar ook hier zonder verantwoording of nadere toelichting. Deze leden vragen waar het percentage van 20% op is gebaseerd.”
“De regering is, terecht, voornemens om SENA aan te wijzen. De reden hiervoor is dat SENA nu al verantwoordelijk is voor inning en distributie van vergoedingen voor uitvoerende kunstenaars. Het wetsvoorstel zou geen extra administratieve lasten met zich mee brengen. Brengt de aanwijzing ook geen extra administratieve lasten met zich mee voor SENA? Mocht de aanwijzing wel extra lasten meebrengen, hoe gaat SENA dat dan bekostigen? Kan de regering toelichten welke eisen aan SENA worden gesteld ten aanzien van het bereiken van en uitkeren aan rechthebbenden, de wijze waarop zij haar eigen kosten delgt en wat er gebeurt met het eventuele overschot?”
“Volgens de toepassingscriteria in artikel 32, eerste lid, sub c, van de Wet op de naburige rechten aangaande de bescherming van uitvoerende kunstenaars betreft dit dan ook fonogrammen uit staten buiten de Conventie van Rome 1961, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten. In artikel 32, vijfde lid, is het mandaat van SENA (de billijke vergoeding van artikel 7) beperkt tot landen uit de Conventie van Rome. Dat betekent dat SENA de informatie over dergelijke fonogrammen mogelijk niet bezit. Is het inderdaad de bedoeling dat ook Amerikaanse artiesten een aanspraak kunnen doen op het fonds?”
Lees het verslag hier.