Wel of niet omzetten

30-07-2012 Print this page

B9 11515. Rechtbank ’s-Gravenhage, 25 juli 2012, HA ZA 11-1426, Pagter & Partners en Pagter Innovations tegen N.V. Nederlandsch Octrooibureau(Tussenvonnis in een niet-IE-zaak)

Zorgvuldigheid en aansprakelijkstelling octrooigemachtigde. Bewijsopdracht aan eiseressen dat instructie tot omzetting PCT is ontvangen door NOB.


Pagter Innovations maakt gebruik van de diensten van het NOB bij het aanvragen en in stand houden van haar octrooien. In onderhavig geval diende een PCT aanvrage voor 2 maart 2008 te worden omgezet. Uiteindelijk is de omzetting door het NOB niet tijdig gedaan hetgeen door haar geprobeerd is te herstellen. Dat is gelukt met uitzondering van de landen Israël, Japan en Mexico.

Pagter Innovations stelt nu dat het NOB hierdoor toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Subsidiair stelt Pagter dat het NOB niet heeft gehandeld als een bekwaam en redelijk handelend octrooigemachtigde.

Het geschil heeft betrekking op de vraag of Pagter Innovations voor het verstrijken van de termijn het NOB heeft geïnstrueerd om de PCT aanvrage om te zetten. Pagter Innovations stelt daaromtrent op 28 februari 2008 om 15:59 uur een e-mail aan contactpersonen X en Y van het NOB te hebben gezonden. Het NOB bestrijdt dit bericht te hebben ontvangen.

Door Pagter Innovations wordt informatie omtrent de verzending en ontvangst van het bericht verstrekt in de vorm van trackinginformatie van haar provider. Daaruit komt naar voren dat het betreffende bericht succesvol is afgeleverd.

Het NOB (althans de IT-afdeling) heeft zelf haar mailbestanden grondig doorzocht en hiervoor ook nog een extern onderzoeksbureau ingeschakeld. De conclusie van deze onderzoeken is dat het betreffende bericht niet is aangetroffen bij het NOB.

Op grond van de onderbouwde betwisting door het NOB oordeelt de rechtbank dat het bewijs dat het bericht NOB (art. 3:37 lid 3 BW) heeft bereikt (nog) niet is geleverd. Conform het bewijsaanbod wordt Pagter Innovations een bewijsopdracht gegeven.

Vooruitlopend op de bewijsopdracht onderzoekt de rechtbank de subsidiaire grondslag omtrent het schenden van de zorgplicht. Ondanks het feit dat het NOB viermaal een brief heeft gezonden aan Pagter Innovations en er tweemaal telefonisch contact is geweest komt de rechtbank tot het oordeel dat het voor NOB duidelijk had moeten zijn dat door Pagter Innovations nog geen besluit was genomen. NOB had dan ook voor het verstrijken van de termijn bij Pagter Innovations moeten informeren wat de bedoeling was: wel of niet omzetten.

Met het gemis aan octrooirechten in Israël, Japan en Mexico heeft Pagter Innovations voldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden. Het gevorderde voorschot op de schade wordt echter afgewezen.

Klik hier voor het vonnis.