Uit het persbericht: "In een nieuw onderzoek concluderen onderzoekers van het Instituut voor Informatierecht (IViR, Universiteit van Amsterdam) dat bij het inzetten van geheime surveillance voor de opsporing van strafbare feiten onafhankelijk toezicht en transparantie gewaarborgd moeten zijn. Uitspraken van Europese rechters hierover zijn duidelijk: er gelden dezelfde normen voor nationale veiligheid als voor de opsporing van strafbare feiten. Het rapport vertaalt deze normen in tien richtsnoeren waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerp van nieuwe wetgeving.
Geheime surveillance neemt steeds verder toe. Zo bespreekt het parlement momenteel het wetsvoorstel ‘Computercriminaliteit III’. Daarin zijn nieuwe bevoegdheden opgenomen om computers, mobiele telefoons en andere apparaten te ‘hacken’. Door bijvoorbeeld in het geheim extra software te plaatsen kunnen gebruikers worden gevolgd en kan toegang tot de inhoud van communicatie worden verkregen. Anders dan bij gewoon aftappen, is er vaak geen medewerking nodig van de aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten.
Goede waarborgen zijn nodig omdat de impact van deze wetgeving vooraf niet te overzien is. De techniek ontwikkelt zich snel en is niet voorspelbaar. Kosten vormen vaak geen barrière meer tegen grootschalige inzet."
Lees het volledige rapport hier.