Wijzigingen Uitvoeringsreglement EOV m.b.t. indienen stukken

11-05-2015 Print this page
B913764

Besluit van de Raad van Bestuur van 15 oktober 2014 tot wijziging van de regels 2, 124, 125, 126, 127, 129, 133 en 134 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag (CA/D 6/14)

"Regel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

„1. In de procedures voor het Europees Octrooibureau kunnen stukken door rechtstreekse overhandiging, per post of met behulp van elektronische communicatie worden ingediend. De President van het Europees Octrooibureau legt de nadere details en voorwaarden en indien aangewezen eventuele bijzondere formele of technische vereisten voor de indiening van stukken vast. Hij kan in het bijzonder bepalen dat een bevestiging dient te worden nagestuurd. Indien een dergelijke bevestiging niet tijdig is ingediend, wordt de Europese octrooiaanvrage afgewezen; nadien ingediende stukken worden geacht niet te zijn ontvangen.”


Regel 124, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

„3. Het verslag wordt gelegaliseerd door het personeelslid dat verantwoordelijk is voor het opstellen ervan en door het personeelslid dat de mondelinge procedure of het verkrijgen van bewijs heeft geleid, hetzij door ondertekening hetzij op andere passende wijze.”


Regel 125, eerste lid, en tweede lid, onderdelen a en b, wordt als volgt gewijzigd:

 

„1. Het Europees Octrooibureau geeft ambtshalve aan de betrokkenen kennis van alle beslissingen en oproepen, alsmede van kennisgevingen of andere mededelingen waardoor een termijn gaat lopen of waarvan kennisgeving aan de betrokkenen bij dit Verdrag of door de President van het Europees Octrooibureau is voorgeschreven. Alle kennisgevingen geschieden door middel van het originele stuk, een door het Europees Octrooibureau voor eensluidend gewaarmerkt of van een zegel van het Europees Octrooibureau voorzien afschrift van het stuk, of een computeruitdraai die van dit zegel is voorzien of een elektronisch document dat een dergelijk zegel bevat of anderszins is gewaarmerkt. De door de partijen zelf ingediende afschriften van stukken behoeven niet op deze wijze te worden gewaarmerkt.

2. Kennisgeving wordt gedaan:

a. per post overeenkomstig regel 126;

b. met behulp van elektronische communicatie overeenkomstig regel 127;”


Regel 126 wordt als volgt gewijzigd:

 

„Regel 126 Kennisgeving per post

 

1. Van beslissingen waarbij een beroepstermijn of de termijn voor een verzoek om herziening gaat lopen, van oproepen en van alle andere door de President van het Europees Octrooibureau aan te wijzen stukken, wordt per aangetekende brief met ontvangstbevestiging of het equivalent daarvan kennisgeving gedaan. De andere kennisgevingen per post geschieden per aangetekende brief.

2. Wanneer de kennisgeving is gedaan overeenkomstig het eerste lid, wordt de brief geacht door de geadresseerde te zijn ontvangen op de tiende dag nadat deze aan de postdienst is overhandigd, tenzij het stuk de geadresseerde niet of pas later heeft bereikt; in geval van een geschil dient het Europees Octrooibureau te bewijzen dat de brief is aangekomen of, in voorkomend geval, dat de brief op een bepaalde datum aan de geadresseerde is overhandigd.

3. Kennisgeving overeenkomstig het eerste lid wordt geacht te zijn gedaan, zelfs indien de brief is geweigerd.

4. Voor zover de kennisgeving per post niet geheel wordt geregeld door het eerste tot en met het derde lid, geldt het recht van de Staat waar de kennisgeving wordt gedaan.”


Regel 127 wordt als volgt gewijzigd:

 

„Regel 127 Kennisgeving met behulp van elektronische communicatie

 

1. De kennisgeving kan met behulp van door de President van het Europees Octrooibureau vast te stellen elektronische communicatiemiddelen en onder door hem vast te stellen voorwaarden worden gedaan.

2. Wanneer de kennisgeving met behulp van elektronische communicatie is gedaan, wordt het elektronische stuk geacht door de geadresseerde te zijn ontvangen op de tiende dag nadat deze is verzonden, tenzij het zijn bestemming niet of pas later heeft bereikt; in geval van een geschil dient het Europees Octrooibureau te bewijzen dat het elektronische stuk zijn bestemming heeft bereikt of, in voorkomend geval, de datum vast te stellen waarop het stuk zijn bestemming heeft bereikt.”"

Lees hier meer.