11.4 Octrooihouder

Print this page

weegschaal.png

 

Beperkt attributief stelsel. Vertrekpunt in het octrooirecht is dat de aanspraak op octrooi in beginsel aan de uitvinder toekomt (artikel 8 Row, artikel 60 EOV). Dat doet er echter niet aan af dat de indiener van de octrooiaanvrage als rechthebbende wordt beschouwd totdat de aanvrage of het verleende octrooi wordt opgeëist (artikel 78 Row, artikel 61 EOV). Het octrooirechtelijke systeem is in beperktere mate attributief dan het geval is bij het merkenrecht (zie onder 7.4). De feitelijke uitvinder of degene die zijn recht van hem afleidt kan de aanvrage of het octrooi op die basis kan opeisen, zonder dat bijvoorbeeld kwade trouw  relevant is. Dat sluit aan bij wat ook in het modelrecht de regel is (zie onder 10.4).

Bewijs. Artikel 8 Row bepaalt dat de aanvrager als uitvinder wordt beschouwd en uit dien hoofde als degene die aanspraak op octrooi heeft. Artikel 60(3) EOV kent een vergelijkbare voorziening door te bepalen dat bij de procedure voor het Europees Octrooibureau de aanvrager geacht wordt gerechtigd te zijn het recht op het Europees octrooi te doen gelden.

Zie:Den Hartog, T&C IE, 2019, artikel 8 Row; Kort Begrip, 2018, nr. 68; Huydecoper/Van der Kooij/Van Nispen/Cohen Jehoram, 2016, 3.7.1.1; .

 

11.4.1 - Uitvinder

 

11.4.2 - Uitvinding binnen dienstverband, stage en onderzoeksinstelling6811.4.3 - Overdracht

 

11.4.4 - Opeising