(c) Merken uitsluitend bestaand uit potentiële aanduidingen van productkenmerken

Print this page

Zie ook: IEPT-rechtspraak

 

Productkenmerken. Artikel 4(1)(c) Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 3(1)(c))) bepaalt dat “merken die uitsluitend bestaan uit tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, hoedanigheid, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst of het tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten” niet ingeschreven worden. Deze regel is ontleend aan artikel 6quinquies(B)(2˚) van het Unieverdrag van Parijs, en is overgenomen in artikel 2.2bis(1)(c) BVIE en artikel 7(1)(c) UMeV 2017).

Kunnen dienen tot. Zoals hiervoor aangegeven (onder 7.10(b)) lijkt de zinsnede “kunnen dienen tot” essentieel in de tekst van artikel 4(1)(c) Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 3(1)(c)). Daarmee wordt aangegeven dat hier niet van belang is of het merk al dan niet op het ijkmoment feitelijk herkomstonderscheidingsvermogen mist – het domein van de weigeringsgrond van artikel 4(1)(b) – maar dat cruciaal is of het betreffende teken in de toekomst potentieel –  “kan dienen tot” – productkenmerken, zoals bedoeld onder (c),  kan identificeren. Indien die mogelijkheid in abstracto bestaat is dat de grond om merkenrechtelijke bescherming te onthouden.