Britse gedaagde kort voor Brexit nog voor Nederlandse rechter

07-09-2021 Print this page
IEPT 20210721, Rb Den Haag, Airwair v Topshop

Inbreuk door de Oslo-laars in Nederland openbaar te maken op de auteursrechten op Airwairs Jadon-laars. Failliete Britse gedaagde en Brexit: internationaal en relatief bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo.

AUTEURSRECHT - BEVOEGDHEID
 

Sinds 2013 verhandelt Airwair onder het merk Dr. Martens de Jadon-laars. Tot in ieder geval 30 november 2020 heeft Topshop een Britse keten van modewinkels geëxploiteerd. In Nederland heeft Topshop winkels (gehad) in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Daarnaast heeft Topshop haar producten digitaal aangeboden via haar eigen website en via Zalando verkocht. Bij Brits vonnis van 4 december 2020 is het faillissement van Topshop bevolen. Het Verenigd Koninkrijk heeft op 31 januari 2020 de Europese Unie verlaten (Brexit). In dat kader is er een Terugtrekkingsakoord dat voorziet in een overgangsperiode tot 31 december 2020. Procedures die vóór het eind van de overgangsperiode zijn ingeleid, zijn de bepalingen inzake de rechterlijke bevoegdheid van de Brussel I bis-Vo van toepassing. De Nederlandse rechter is internationaal en relatief bevoegd.

De rechtbank verklaart voor recht: de auteursrechtinbreuk, de staking en dat onder last van een dwangsom. Proceskosten € 1.319,89

4.1. De rechtbank constateert dat Topshop is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, dat op 31 januari 2020 de Europese Unie heeft verlaten (de zogenaamde ‘Brexit’). In dat kader is tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie het zogenaamde Terugtrekkingsakkoord2 gesloten, dat voorziet in een overgangsperiode die op 31 december 2020 is geëindigd. Artikel 67 van dit Terugtrekkingsakkoord bepaalt (samengevat) dat ten aanzien van procedures die vóór het eind van de overgangsperiode zijn ingeleid, de bepalingen inzake de rechterlijke bevoegdheid van de Brussel I bis-Vo van toepassing zijn. Onderhavige procedure is aangevangen vóór het einde van de overgangsperiode, door het uitbrengen van de dagvaarding op 31 augustus 2020. Dat betekent dat de rechterlijke bevoegdheid in deze procedure bepaald moet worden aan de hand van de bepalingen uit de Brussel I bis-Vo.

4.2. Voor zover de vorderingen van Airwair zijn gebaseerd op auteursrechtinbreuk grondt de rechtbank de bevoegdheid internationaal en relatief op artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo nu het (dreigend) onrechtmatig handelen door het aanbieden van de Oslo-laars van Topshop in winkels in Nederland (waaronder Den Haag) en via websites die (mede) gericht zijn (geweest) op Nederland en daarmee (mede) in/op dit arrondissement. Deze bevoegdheid is beperkt tot het Nederlands grondgebied. Ten aanzien van de vorderingen gegrond op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing), geldt eveneens dat de rechtbank internationaal en relatief bevoegd is op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo.

 

IEPT-versie volgt
ECLI:NL:RBDHA:2021:9139