IEPT20071221, Rb Groningen, Runner Hardloopcentrum v Runnersworld

Print this page 09-01-2008
IEPT20071221, Rb Groningen, Runner Hardloopcentrum v Runnersworld

HANDELSNAAMRECHT


 


Overdracht handelsnaam
Overdracht per 11 april 2005 van handelsnaamrechten teruggaande tot 1 juli 1985
Niet in geschil is dat sinds 1 juli 1985 de winkel Runner Hardloopcentrum Groningen wordt gedreven aan de Oosterstraat 36 te Groningen. Op 11 april 2005 heeft Runner Hardloopcentrum B.V. gekocht de handelsnaam Runner Hardloopcentrum. Runner Hardloopcentrum B.V. heeft, net als haar rechtsvoorgangers, zowel voor als na 11 april 2005, feitelijk de handelsnaam Runner Hardloopcentrum Groningen gevoerd en staat met deze handelsnaam ingeschreven in het handelsregister. Hoewel in de koopovereenkomst van 11 april 2005 niet de toevoeging 'Groningen' wordt vermeld, houdt de voorzieningenrechter het ervoor dat Runner Hardloopcentrum Groningen het recht op deze handelsnaam heeft verworven.
Oudste rechten
Vast is komen te staan dat Runner Hardloopcentrum Groningen een ouder recht heeft op haar handelsnaam dan Dijk, die pas vanaf september 2007 onder de naam Runnersworld opereert.


 


Geen verwarringsgevaar aangenomen
Anders dan in 1993 thans geen gevaar voor verwarring, vanwege afgenomen onderscheidend vermogen Engelse term ‘runner’

In een eerder kort geding tussen de voormalige eigenaar van de handelsnaam Runner Hardloopcentrum Groningen en een andere franchisenemer van Runnersworld heeft de president van deze rechtbank bij vonnis van 23 oktober 1993 geoordeeld dat de handelsnamen Runner Hardloopcentrum Groningen en Runnersworld bij vergelijking van het geheel van deze namen een zodanig geringe afwijking vertoonde, nu in beide namen de nadruk lag op het woord 'runner', dat dientengevolge verwarring tussen beide ondernemingen kon ontstaan. De president heeft Runnersworld daarop een verbod opgelegd om de woorden 'Runner', 'Runnersworld' en 'Hardloopcentrum' te gebruiken. Het Gerechtshof Leeuwarden heeft in haar arrest van 10 maart 1993 genoemd vonnis bekrachtigd.
4.4. De vraag luidt of de omstandigheden thans nog zo zijn dat anno 2007 een verbod zoals gevorderd op zijn plaats is. De voorzieningenrechter overweegt dat bij beantwoording van deze vraag twee elementen van belang zijn. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of en in hoeverre het woord 'Runner', als kenmerkend deel van beide handelsnamen, voldoende onderscheidend is om bescherming te kunnen genieten op grond van de Handelsnaamwet. Daarnaast moet worden beoordeeld of en in hoeverre thans daadwerkelijk verwarring valt te duchten door het gebruik van de handelsnaam Runnersworld.
4.5. De voorzieningenrechter overweegt dat de kenmerkende of centrale woorden 'Run' en 'Runner' inmiddels, door zowel de toename van de (populariteit van de) hardloopsport als door de internationalisering van die sport, algemeen bekende en algemeen gebruikte
termen zijn geworden. Daarbij geldt dat het gebruik van Engelse termen in het Nederlandse taalgebruik is toegenomen. Het is de voorzieningenrechter gebleken dat zowel landelijk als wereldwijd diverse hardloopketens bestaan met namen als Run2Day, Runningcenter, Runn Inn en Runnersworld en dat daarnaast in Nederland meer dan 55 sportspeciaalzaken het woord 'Run', 'Runner' en 'Runners' bezigen in hun handelsnamen. De voorzieningenrechter overweegt bovendien dat in Groningen nog een hardloopspeciaalzaak is gevestigd (geweest) met de naam Running Industries, waartegen Runner Hardloopcentrum Groningen overigens niet heeft geageerd, net zomin als tegen de voormalige handelsnaam van Dijk: Run2Day. Gezien vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de term 'Runner' in het afgelopen decennium aan specifiek onderscheidend vermogen heeft ingeboet. Dit leidt er toe – in vergelijking tot de situatie in 1993 – dat  daarmee de bescherming als handelsnaam evenredig vermindert.
Geen sprake van grote gelijkenissen waardoor ondanks zwakke onderscheidende vermogen toch gevaar voor verwarring te duchten is
Met Runnersworld is de voorzieningenrechter van oordeel dat bij een handelsnaam met een (inmiddels) zwak onderscheidend vermogen minder snel verwarringsgevaar is te duchten, tenzij de handelsnaam voor het overige een grote mate van gelijkenis vertoont (zie ook HR 6 december 1996, BIE 1999/52, Rb. Utrecht 9 februari 2007, B9 3473 en Rb. Groningen 14 februari 2007, B9 3500). De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat bij de handelsnamen Runner Hardloopcentrum Groningen en Runnersworld niet het geval is. Dat beide partijen in dezelfde markt en in dezelfde plaats gevestigd zijn, maakt dit niet anders.



 


IEPT20071221, Rb Groningen, Runner Hardloopcentrum v Runnersworld