IEPT20080116, Rb Arnhem, D-sign v StudioSV

18-01-2008 Print this page
IEPT20080116, Rb Arnhem, D-sign v StudioSV

MERKENRECHT

Uitputting
Procesverbaal notaris maakt aannemelijk dat Trollbeads van door D-sign erkende dealer afkomstig zijn
De voorzieningenrechter is met StudioSV van oordeel dat de kralen en toebehoren van het merk Trollbeads met toestemming van Lise Aagaard in de gemeenschap in de handel zijn gebracht. StudioSV heeft in dit kort geding door overlegging van een procesverbaal van 14 december 2007 van een notaris, waarin deze constateert dat StudioSV de Trollbeads heeft betrokken van een door D-sign Denemarken erkende dealer, voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de Trollbeads heeft betrokken van een erkende dealer van D-sign Denemarken binnen de gemeenschap. D-sign Denemarken heeft dit ook niet weersproken. Dientengevolge kunnen D-sign Denemarken c.s. zich niet verzetten tegen het verdere gebruik van het gemeenschapsmerk Trollbeads voor die waren door StudioSV.
Geen ernstige reputatieschade
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben D-sign Denemarken c.s. in dit kort geding, tegenover het verweer van StudioSV, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van verslechtering van de toestand van de waren dan wel van ernstige reputatieschade aan het merk Trollbeads, in die zin dat dit merk is gedegradeerd tot een goedkoop massa-artikel. Niet gebleken is dat het merk Trollbeads door StudioSV zodanig is afgebeeld dat daarmee ernstig afbreuk is gedaan aan het door de merkhoudster gestelde luxueuze imago. Enige mate van afbreuk aan de allure van het merk, bijvoorbeeld doordat StudioSV wellicht ook gelijksoortige artikelen van mindere kwaliteit verkoopt, is daarvoor blijkens de genoemde jurisprudentie niet voldoende. Dat StudioSV Trollbeads tegen dumpprijzen zou hebben aangeboden en verkocht is gemotiveerd weersproken en niet aannemelijk gemaakt.
StudioSV heeft ten onrechte de indruk gewekt dat zij tot het distributienet van de merkhoudster behoort of dat zij een commerciële band met D-sign Denemarken c.s.
Met betrekking tot de gestelde indruk van een commerciële relatie is de voorzieningenrechter echter vooralsnog van oordeel dat StudioSV ten onrechte de indruk heeft gewekt dat zij tot het distributienet van de merkhoudster behoort of dat zij een commerciële band met D-sign Denemarken c.s. heeft door op haar website onder de kop ‘De originele - sinds 1976 - Trollbeads’ en het tussenkopje ‘Trollbeads is unique jewellery’ de geschiedenis van het merk Trollbeads weer te geven met informatie over en foto’s van de ontwerpers van de Trollbeads (onder vermelding van de tekst ‘Meet the Trollbeads designers, click here’) . Hiermee is StudioSV over de schreef gegaan en de voorzieningenrechter zal haar verbieden, op straffe van een dwangsom, om dit ongeoorloofde, inmiddels gestaakte, gebruik van het merk te hervatten. Dit verbod laat onverlet dat D-sign Denemarken c.s. zich niet op grond van hun merkrecht kunnen verzetten tegen de onafhankelijke wederverkoop van hun kralen en toebehoren met gebruikmaking van de merknaam Trollbeads.

 

AUTEURSRECHT

 

Uitputting auteursrecht
D-sign kan zich niet verzetten tegen gebruik afbeelding product door wederverkoper op wijze die in betrokken tak van handel gebruikelijk is

De vraag is echter of D-sign Denemarken c.s. zich met een beroep op dit auteursrecht ertegen kunnen verzetten dat StudioSV als wederverkoper, zonder hun toestemming, ter bevordering van de verkoop van de Trollbeads naast de aankondiging dat zij deze producten aanbiedt tevens afbeeldingen van deze producten openbaar maakt en verveelvoudigt indien het tonen van dergelijke afbeeldingen in de betrokken tak van handel gebruikelijk is. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag, in aansluiting op het arrest van het HvJ EG van 4 november 1997, BIE 1998, 41 (Dior / Evora I) ontkennend.

 

Geen auteursrecht op foto’s
Foto’s trollbeads zijn slechts eenvoudige weergaven, tegen een neutrale achtergrond, van de diverse kralen.
Voor zover het bezwaar van D-Sign Denemarken c.s. tegen de openbaarmaking van de foto’s alleen is gelegen in het feit dat het door hen gemaakte foto’s betreft, waarvan zij vermoeden dat die door StudioSV van hun website zijn geplukt, overweegt de voorzieningenrechter dat de in geding zijnde foto’s van de Trollbeads naar zijn voorlopige oordeel niet kunnen worden beschouwd als auteursrechtelijk beschermde werken. De foto’s hebben geen eigen oorspronkelijk karakter en ontberen elke vorm van originaliteit en creativiteit. Het zijn slechts eenvoudige weergaven, tegen een neutrale achtergrond, van de diverse kralen.

 

ONEERLIJKE MEDEDINGING

Profiteren wanprestatie
D-sign onvoldoende bijkomende omstandigheden gesteld die tot onrechtmatigheid profiteren wanprestatie kunnen leiden

Omdat D-sign Denemarken c.s. echter in het licht van de hiervoor genoemde jurisprudentie naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende bijkomende omstandigheden hebben gesteld dan wel aannemelijk hebben gemaakt, die het handelen van StudioSV onzorgvuldig maken, kan het beroep op onrechtmatig handelen van StudioSV in dit kort geding ongeacht de eventuele wetenschap van StudioSV niet slagen. Als bijkomende omstandigheden hebben zij voornamelijk merkenrechtelijke stellingen aangevoerd, waarvan hierboven onder 4.2 tot en met 4.7 al is gebleken dat die haar geen soelaas bieden, behoudens voor zover StudioSV zich afficheert als zelf behorend tot dat (selectieve) distributienet. De enkele stelling dat de verkooporganisatie wordt ondermijnd is blijkens de genoemde jurisprudentie onvoldoende.

 

PROCESRECHT

Bevoegdheid Vzgr Arnhem bij Gemeenschapsmerk
De voorzieningenrechter acht zich op grond van artikel 99 van de GMVo bevoegd kennis te nemen van de in kort geding gevorderde voorlopige maatregel, te weten het staken van inbreuk op het gemeenschapsmerk Trollbeads en de met die vordering samenhangende nevenvorderingen.
In artikel 99, eerste lid, van de GMVo is bepaald dat aan de rechterlijke instanties, met inbegrip van de rechtbanken voor het Gemeenschapsmerk, van een lidstaat voor een Gemeenschapsmerk dezelfde voorlopige en beschermende maatregelen kunnen worden gevraagd als het recht van die Staat kent voor nationale merken. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat enkel de rechtbank voor het Gemeenschapsmerk bevoegd is voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen die van kracht zijn op het grondgebied van elke lidstaat. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat in Nederland de andere voorzieningenrechters dan die van de rechtbank te ’s-Gravenhage, mede in het licht van het bepaalde in artikel 13 Rv., met betrekking tot een gemeenschapsmerk wel bevoegd kunnen zijn om in kort geding voorlopige en beschermende maatregelen te treffen, zij het dat deze maatregelen slechts gelden binnen Nederland. In dit geval is de voorzieningenrechter te Arnhem (mede) bevoegd omdat StudioSV in Arnhem is gevestigd. Voldoende aannemelijk is dat StudioSV een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen.


 

IEPT20080116, Rb Arnhem, D-sign v StudioSV