IEPT20080704, Rb Den Haag, Hansa v Aqua Farm

12-07-2008 Print this page
IEPT20080704, Rb Den Haag, Hansa v Aqua Farm

MODELRECHT

 

Inbreuk Beneluxmodelrecht


MERKENRECHT

Geen voldoende belang bij (cumulatief) verbod merkinbreuk 
In de eerste plaats is niet voldoende inzichtelijk gesteld welk belang Hansa naast een uit te spreken Beneluxmodelrechtinbreukverbod (cumulatief) zou hebben bij een Gemeenschapsmerkinbreukverbod.

In kort geding worden de rechten van Hansa in de onderhavige zaak al voldoende gewaarborgd met een modelinbreukverbod, nu niets is gesteld of anderszins is gebleken omtrent handel buiten Nederland.
In de tweede plaats heeft verweer dat de vorm een wezenlijke waarde aan de waar geeft een aanzienlijke kans van slagen, ondanks presumptie van geldigheid van Gemeenschapsmerk
In de tweede plaats heeft Aqua Farm de geldigheid van het Gemeenschaps 3 D merk van Hansa bestreden en aangevoerd dat dit Gemeenschapsmerk uitsluitend bestaat uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft (een absolute weigeringsgrond uit art. 7 Gemeenschapsmerkenverordening (GMVo)). Bij pleidooi heeft Aqua Farm daaromtrent vervolgens aangevoerd (vgl. pleitnota mr. De Casseres nr. 7): "Als het gemeenschapsmerk in reconventie wordt vernietigd is er geen vermoeden van geldigheid als bedoeld in art 95 Vo meer. In kort geding is er dan geen grond meer om het gevorderde toe te wijzen, zodat de vordering voor zover gebaseerd op het gemeenschapsmerk moet worden afgewezen." Hoewel dit op formele gronden moet falen (er is geen eis in reconventie ingesteld (vgl. hiervoor in 1.2.) en bovendien kan in kort geding geen vernietiging van een Gemeenschapsmerk worden toegewezen, alleen al omdat dit geen voorlopige maatregel betreft; bovenal is door Aqua Farm desgevraagd aangegeven dat zij nog geen vordering tot vernietiging van het Gemeenschapsmerk in Alicante aanhangig heeft gemaakt, maar zij alleen voornemens zou zijn dat te gaan doen "indien dat nodig zou zijn", hetgeen niet volstaat om de presumptie van geldigheid van het Gemeenschapsmerk dat is vooronderzocht op losse schroeven te zetten in kort geding), acht de voorzieningenrechter dit verweer inhoudelijk bepaald een aanzienlijke kans van slagen hebben. Terecht geeft Aqua Farm (onbestreden) aan dat de Hansamurano kranen blijkens de eigen uitingen van Hansa hun aantrekkelijkheid en waarde vrijwel uitsluitend ontlenen aan het speciale ontwerp dat een watervalsuggestie geeft. In het kader van de belangenafweging is in het onderhavige geval ook om die reden (het zij toegegeven: enigszins paradoxaal, gelet op de presumptie van art. 95 GMVo) minder plaats voor een Gemeenschapsmerkinbreukverbod. 

 

IEPT20080704, Rb Den Haag, Hansa v Aqua Farm