OCTROOIRECHT
Uitleg deelkenmerk “explosieveninrcihting” in conclusie
• De bewoordingen van de conclusies I en II wijzen dus in de richting van het door Rüegg ingenomen standpunt dat met "explosieveninrichting" bedoeld is het (vaste) explosief (zelf) zonder lans.
• De gemiddelde vakman zal ter toetsing van zijn vermoeden direct de beschrijving van de figuren in het octrooischrift raadplegen, omdat het gebruikelijk is om in dat gedeelte van de beschrijving de in de praktijk toegepaste uitvoeringsvorm(en) van de in de conclusies omschreven inrichting en werkwijze te bespreken, waarbij hij weet dat deze in het algemeen niet beperkend zijn bedoeld.
Geen letterlijke inbreuk
• Met de vaststelling dat het in het systeem en de werkwijze van Zilka gaat om vaste explosieven, onderscheiden het systeem en de werkwijze van Rüegg zich noodzakelijkerwijs van die van Zilka, omdat in het systeem van Rüegg (het einddeel van) de lans niet massief is uitgevoerd, maar hol en is aangesloten op gastoevoerleidingen. Van letterlijke inbreuk is dan ook geen sprake.
Geen equivalentie-inbreuk:
• Wezenlijk andere wijze waarop zelfde resultaat bereikt wordt (function-way-result-test)
• Ook kan dit verschil (in de 'insubstantial difference'-test) niet worden aangemerkt als een verschil dat de gemiddelde vakman zonder inventieve denkarbeid als equivalent zal aanmerken, nu daarvoor aan Rüegg een eigen octrooi is verleend.