MERKENRECHT
“Dichtbij” mist onderscheidend vermogen
• Dat "Dichtbij" beschrijvend is volgt tevens uit de beslissing van het BBIE (zie 2.5). Van het bestanddeel "Dichtbij" kan voorshands evenmin worden gezegd dat het door inburgering onderscheidend vermogen heeft gekregen en om die reden een merkfunctie kan vervullen.
Geen verwarringsgevaar: te geringe overeenstemming
• Op basis van de totaalindrukken van merk en teken, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de mate van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming te gering is om verwarringsgevaar te kunnen aannemen. Reeds hierop stuit de vordering af van Wegener, die is gebaseerd op aannemen.
HANDELSNAAMRECHT
Geen handelsnaam wegens ontbreken handelsonderneming
• Het begrip handelsonderneming kan worden gedefinieerd als een min of meer blijvend georganiseerd verband dat naar buiten optreedt en het oogmerk heeft materieel voordeel te behalen. Hiervan is in dit geval (vooralsnog) geen sprake.
SLAAFSE NABOOTSING
De feiten zijn onvoldoende eenduidig
• Het enkele feit dat Wegener de naam Dichtbij eventueel eerder heeft bedacht is hiervoor onvoldoende. Daarvoor zou ook moeten komen vast te staan dat Wegener eerder dan De Telegraaf op juridisch relevante wijze (dat wil zeggen in de openbaarheid en in enige omvang) gebruik van de naam Dichtbij heeft gemaakt. Bovendien zou moeten blijken van bijkomende omstandigheden; hiervoor is immers al overwogen dat het enkel profiteren van andermans inspanningen niet per se onrechtmatig is.
IEPT20110324, Rb Amsterdam, Wegener v De Telegraaf