Voldoende belang bij handhaving beslag tot afgifte op handelsvoorraad waarvan onduidelijk wat bestemming is; bewijslast Goodyear dat banden voor EER bestemd zijn. Opheffing beslag indien door beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is; niet van belang of beslagverlof terecht verleend is. Advocaat behoeft geen procesvolmacht van zijn cliënt aan te tonen, maar wordt op zijn woord geloofd.
PROCESRECHT
Opheffing beslag indien door beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is; niet van belang of beslagverlof terecht verleend is.
• Anders dan D.I.F. kennelijk meent is bij de beoordeling van de vraag of een beslag moet worden opgeheven niet aan de orde of de voorzieningenrechter het beslagverlof op goede en toereikende grond heeft verleend, omdat ingevolge de laatste volzin van artikel 700 lid 2 Rv daartegen geen hogere voorziening open staat. Degene die opheffing van het beslag vordert dient, met inachtneming van de beperkingen van de kortgedingprocedure, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd.
Voldoende belang bij handhaving beslag tot afgifte op handelsvoorraad waarvan onduidelijk wat bestemming daarvan is; bewijslast Goodyear dat banden voor EER bestemd zijn.
• Op zich is juist dat terughouding moet worden betracht bij het beslagleggen op een handelsvoorraad, omdat zulks de bedrijfsuitoefening van een onderneming in gevaar kan brengen.
• Indien D.I.F. duidelijk had kunnen aangeven wat haar bedoeling was met de partij banden had dat wellicht gewicht in de schaal kunnen leggen. Maar door haar wisselende standpunten, komt aan de omstandigheid dat het om handelsvoorraad gaat geen zwaarwegende betekenis toe in de afweging van belangen.
• Daar staat tegenover dat Goodyear beslag heeft gelegd tot afgifte en dat in de bodemprocedure ook vordert ten einde de banden te kunnen vernietigen dan wel als haar eigendom onder zich te houden, zodat zij voldoende belang heeft bij handhaving van het beslag.
Advocaat behoeft geen procesvolmacht van zijn cliënt aan te tonen, maar wordt op zijn woord geloofd
• Er is geen rechtsregel die meebrengt dat een advocaat, die in beginsel op zijn woord wordt geloofd, op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn cliënt, tegenover de wederpartij moet aantonen dat hij over een toereikende procesvolmacht beschikt enkel opdat de wederpartij kan kennisnemen van de namen van de bestuurders van de betrokken rechtspersoon.
IEPT20121218, Hof Amsterdam, DIF v Goodyear