Hetzelfde resultaat, maar niet bereikt op in wezen dezelfde wijze

02-01-2013 Print this page
IEPT20121220, Rb Den Haag, Vialle v Prins
(Met dank aan Willem Hoorneman, CMS Derks Star Busmann)

Geen inbreuk door equivalentie: zelfde resultaat wordt niet op in wezen dezelfde wijze bereikt. Geen letterlijke inbreuk octrooi: samenstel van geleidingspennen en spiraalveren zijn geen ‘afstand houdende middelen, uitsluitend voor ophanging’. Spoedeisend belang: geen ongerechtvaardigd stilzitten sinds september 2010, ondanks gesprekken in 2011.

OCTROOIRECHT

Spoedeisend belang: geen ongerechtvaardigd stilzitten sinds september 2010, ondanks gesprekken in 2011.
• Naar voorlopig oordeel is weliswaar niet uitgesloten dat Vialle gelegenheid had eerder kennis te nemen van de werking van het DLM-systeem, maar gelet op de onvoldoende weersproken stelling van Vialle dat (nader) onderzoek nodig was om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen dat sprake is van inbreuk op EP 713 en dat dit onderzoek eerst in oktober 2012 kon worden uitgevoerd aan de hand van een eerst toen verkregen fysiek exemplaar van bet DLM-systeem van Prins (naar zeggen van Vialle was het systeem eerder niet verkrijgbaar), kan niet worden aangenomen dat Vialle ongerechtvaardigd stil heeft gezeten. Dat partijen reeds in 2011 in gesprek zijn geweest over vermeende inbreuk door Prins - op, voor zover uit de in het geding gebrachte stukken is op te maken, niet nader gespecificeerde octrooirechten - leidt niet tot een ander oordeel.

Geen letterlijke inbreuk octrooi: samenstel van geleidingspennen en spiraalveren zijn geen ‘afstand houdende middelen, uitsluitend voor ophanging’.
• Naar voorlopig oordeel is het samenstel van geleidingspennen en spiraalveren zoals toegepast in bet DLM-systeem niet aan te merken als afstand houdende middelen die uitsluitend worden gebruikt voor de ophanging van de brandstofpomp aan de flensplaat in de zin van het octrooi. De brandstofpomp (en in verbinding daarmee: de bufferbak) is immers niet "opgehangen" aan de flensplaat, want Jean onafhankelijk daarvan bewegen en bereikt zijn positie nabij de bodem van de tank niet dankzij de pennen en veren maar simpelweg omdat deze op de bodem staat/steunt Logischerwijs is er dan van (omgekeerd) ophanging geen sprake, zo zal de gemiddelde vakman onderkennen. Dat daadwerkelijk ophanging (en niet alleen verbinding) is bedoeld zal die vakman verder lezen in de beschrijving bij figuur 1 van het octrooi in paragraaf 14

Geen inbreuk door equivalentie: zelfde resultaat wordt niet op in wezen dezelfde wijze bereikt.
• Naar voorlopig oordeel is evenmin sprake van inbreuk door middel van equivalente maatregelen. In bet DLM-systeem wordt weliswaar hetzelfde resultaat bereikt (de brandstofpomp bevindt zich na montage nabij de bodem van de tank) als EP 713 beoogt, maar dat gebeurt niet op in wezen dezelfde wijze. Door de geleidingspennen en de spiraalveren van het DLM-systeem wordt dit resultaat bereikt door brandstofpomp en bufferbak tegen de bodem van de tank te drukken en daarop af te steunen. In een inrichting volgens EP 713 is de brandstofpomp daarentegen aan de flensplaat opgehangen door middel van afstand houdende middelen (waarvan de lengte zo moet worden gekozen dat de pomp nog net blijft hangen als deze in de tank is gebracht om de optimale geluidsisolatie te krijgen), wat naar voorlopig oordeel een wezenlijk andere wijze is. Hierbij komt dat het naar voorlopig oordeel, gelet op de onmiskenbare keuze van de octrooihouder voor een hangende pomp, te zeer in strijd met een redelijke rechtszekerheid voor derden zou komen om een op de bodem van de tank staande pomp (die bovendien al uit de stand van de techniek bekend was) als equivalente maatregel te kenschetsen.

IEPT20121220, Rb Den Haag, Vialle v Prins