Toerekenbaarheid bij het achterhalen van een auteursrechthebbende

16-01-2013 Print this page
IEPT20130109, Rb Noord-Holland, Lauer v Miliano
(Met dank aan Fulco Blokhuis, Boekx Advocaten)

Betrokken foto’s auteursrechtelijk beschermd: persoonlijk stempel van de maker en oorspronkelijk karakter doordat fotograaf afstand en hoek – en wellicht het specifieke daglicht – alsook het object heeft gekozen. In beginsel aangenomen dat de auteursrechten aan eiseres toekomen en dat sprake is van inbreuk: eiseres heeft originele foto’s in bezit en ter zitting erkend dat naam eiseres op foto’s stond. Eiseres geen maker van foto Koloniehuizen in Egmond: door vermelding “Foto [J]” wordt aangenomen dat [J] de maker is. Beroep op citaatrecht (artikel 15a Aw) faalt: boeken waaruit wordt geciteerd zijn geen wetenschappelijke verhandeling. Voorschot op schadevergoeding van € 3.500 ten opzichte van gevorderde €6.313 toegewezen: boeken gedaagde in zeer lage oplagen gedrukt en verkocht.

AUTEURSRECHT

Geschil over het gebruik van door eiseres (althans een werknemer van een rechtsvoorganger van eiser) gemaakte foto’s (ansichtkaarten) in door gedaagde uitgegeven boeken. De rechtbank (toen nog de Rechtbank Alkmaar) verklaarde zich eerder bevoegd van de vordering kennis te nemen (Rb Alkmaar, 21 maart 2012, IEPT20120321) en oordeelt nu dat sprake is van inbreuk m.b.t. tot vrijwel alle foto’s.

In beginsel wordt aangenomen dat de auteursrechten aan eiseres toekomen, ook al staat op sommige foto’s een andere naam. Eiseres heeft de originelen in bezit, maar gedaagde zou, naar oordeel van de rechtbank, kunnen aantonen dat de maker een derde is of kunnen stellen dat geen sprake is van toerekenbaarheid, bijvoorbeeld omdat is voldaan aan de inspanningsverplichting om de rechthebbende te achterhalen ofwel indien er te goeder trouw is afgegaan op een claim van makerschap van een derde.

Bij één foto oordeelt de rechtbank dat de vermelding op de foto inderdaad een vermoeden van makerschap van een derde oplevert. Bij een tweede foto is het makerschap van eiseres niet betwist en heeft gedaagde niet voldaan aan wat van hem verwacht kon worden m.b.t. het achterhalen van de auteursrechthebbende:

"4.12 De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] een professioneel uitgever en exploitant van oude foto's is. Naar het oordeel van de rechtbank mag van[hem] daarom verwacht worden dat hij zich goed op de hoogte stelt van de in het kader van bet auteursrecht op hem rustende verplichtingen en dat hij zich tot bet uiterste inspant om recht te doen aan auteursrechthebbenden. Dat betekent dat c.s. de status van mogelijke auteursrechthebbenden van de foto's die hij gebruikt zoveel mogelijk in kaart moet zien te brengen (is de maker een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, Ieeft of bestaat deze nog, wat is er met de rechtspersoon gebeurd) en de auteursrechthebbenden zoveel mogelijk moet proberen te achterhalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] met de door hem gestelde feiten en omstandigheden zoals vermeld onder 4.11 niet voldaan aan wat van hem in dit kader verwacht mocht worden. De [gedaagde] mocht niet berusten in vage, niet nader onderbouwde uitspraken van (niet nader geïdentificeerde) derden over de status van het bedrijf [van eiser]. Het had op zijn weg gelegen om verder navraag te doen naar de lotgevallen van , bijvoorbeeld door contact op te nemen met organisaties op gebied van auteursrecht en/of fotografie en oude foto's. heeft, door dit na te laten, onzorgvuldig gehandeld tegenover[eiser]. Het verweer van [gedaagde] dat hij niet op de hoogte is geweest van de naamswijziging van stuit af op het voorgaande. Uit het voorgaande volgt dat bet beroep van op niet toerekenbaarheid faalt."

Van de overige foto’s wordt het makerschap van eiseres aangenomen en is er sprake van toerekenbaarheid (‘verwijzingen naar drukkerijen en uitgeverijen zeggen niets over de maker).

Een beroep op het citaatrecht (wetenschapsexceptie) wordt daarnaast afgewezen: “Ze hebben weliswaar een historisch karakter, maar niet elk historisch werk is van wetenschappelijke aard. Er zijn verder ook geen aanwijzingen dat de boeken van wetenschappelijk aard zijn.”

Aardig zijn wellicht nog de overwegingen van rechtbank over het mogelijk technische karakter van advertentie- of krantenfoto’s en over toeristenfoto’s:

"4.4 Naar het oordeel van de rechtbank vallen de betrokken foto's onder de auteursrechtelijke bescherming. De foto's dragen onmiskenbaar het persoonlijk stempel van de maker en hebben een eigen, oorspronkelijk karakter. De fotograaf heeft immers de afstand en de hoek - en wellicht bet specifieke daglicht - alsook het object gekozen. De foto's hebben geen sterk technisch karakter, zoals foto's voor bijvoorbeeld advertenties of kranten dat wel kunnen hebben. De rechtbank ziet niet in dat het, zoals stelt, typische toeristenfoto's zijn, nog daargelaten dat die foto's ook onder het auteursrecht kunnen vallen. Daarvoor ontbreken overigens ook aanwijzingen. De rechtbank gaat er op grond van het voorgaande dan ook van uit dat op de betrokken foto's auteursrecht rust."

De berekening van de schade dient het worden bepaald een schadestaatprocedure, maar de rechtbank wijst wel een voorschot van € 3.500,- toe. 1019h proceskosten: € 8.300,95.

IEPT20130109, Rb Noord-Holland, Lauer v Miliano