Halvering boete € 60.000 voor inmonteren merk SponsorBingo Loterij in uitzending Studiosport

17-01-2013 Print this page
IEPT20130114, Rb Amsterdam, NOS v CvdM

Eerder overleg geen boeteverhogende omstandigheid; halvering boete van € 60.000 naar € 30.000. Ingemonteerde Sponsor Bingo Loterij-merken geen toegestane vermijdbare reclame-uitingen die onderdeel uitmaken van het verslag van het evenement. Overdadigheid vertoning gegeven bij achteraf inmonteren. Tonen van merk Sponsor Bingo Loterij niet enkel steunen liefdadigheidsinstelling, maar oproep tot kopen van loten.

RECLAMERECHT - MEDIARECHT.

Tonen van merk Sponsor Bingo Loterij niet enkel steunen liefdadigheidsinstelling, maar oproep tot kopen van loten.
• Door het tonen van het merk SBL wordt de kijker naar het oordeel van de rechtbank opgeroepen om de producten van de SBL, te weten loten, te kopen. Indien de consument de goede doelen die de SBL begunstigt wil steunen, kan hij dit immers enkel doen middels het kopen van loten. Ook wanneer de SBL aangemerkt zou moeten worden als een liefdadigheidsinstelling, wat daar ook van zij, kan er daarom geen sprake zijn van een boodschap die op grond van artikel 1.1, tweede lid, van de Mediawet 2008 niet als een reclameboodschap in de zin van de Mediawet 2008 dient te worden verstaan.

Ingemonteerde Sponsor Bingo Loterij-merken geen toegestane vermijdbare reclame-uitingen die onderdeel uitmaken van het verslag van het evenement.
• In het licht van het bovengenoemde en het verbod van artikel 2.89 van de Mediawet 2008 is de rechtbank van oordeel dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om ingemonteerde beelden als de onderhavige scribes te laten vallen onder artikel 12 van het Mediabesluit 2008. De woorden "uit het verslag of de weergave van een evenement" In artikel 12 van het Mediabesluit 2008 zien enkel op het verslag dan wel het verslaan van het evenement, in dit geval de voetbalwedstrijd. Niet is bedoeld om ook reclamebeelden die toegevoegd worden aan dat verslag te laten vallen onder dit artikel. Deze beroepsgrond van eiseres slaagt daarom niet.

Overdadigheid vertoning gegeven bij achteraf inmonteren.
• De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 9, tweede lid en het eerste lid onder c, van het Mediabesluit 2008 in ander media-aanbod dan genoemd in het eerste lid, waaronder ook het media-aanbod in deze zaak valt, vermijdbare uitingen in de vorm van het tonen of vermelden van een product of dienst zijn toegestaan, mits de vertoning niet op een overdadige wijze plaatsvindt. Het begrip overdadig wordt niet nader gespecificeerd in het Mediabesluit 2008 of de Nota van Toelichting daarop. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de overdadigheid dan wel het overdreven zijn van de vertoning in dit geval gegeven is, nu het gaat om achteraf ingemonteerde beelden.

Eerder overleg geen boeteverhogende omstandigheid; halvering boete van € 60.000 naar € 30.000.
• Het enkele feit dat verweerder en eiseres meningen hebben uitgewisseld in het verleden, is naar het oordeel van de rechtbank echter niet voldoende om in dit geval een boeteverhogende omstandigheid aan te nemen. Dat verweerder het standpunt heeft ingenomen dat de scribes niet toelaatbaar zouden zijn, maakt nog niet dat daarmee voldaan is aan de boeteverhogende omstandigheden van artikel 2.12 van de Beleidslijn.

IEPT20130114, Rb Amsterdam, NOS v CvdM