Inzage in bewijsbeslag ondanks serieuze twijfel over inbreuk: (a) geen ingrijpende maatregel, nu Synthon niet dat en waarom informatie vertrouwelijk in ook in voldoende mate heeft gepareerd om van een redelijk vermoeden van inbreuk uit te gaan.(b) Redelijk belang Astellas bij inzage voor inzicht in betrokkenheid partijen bij verrichten voorbehouden handelingen
OCTROOIRECHT - PROCESRECHT
Astellas is houdster van EP 045 voor een ‘Hydrogelpreparaat met aanhoudende aangifte” en heeft zowel op als buiten de Spaanse markt generieke tamsulosine tabletten met vertraagde aangifte aangetroffen. Op de bijsluiters wordt naast Synthon Hispania ook gedaagde Synthon B.V. als fabrikant vermeld. De Spaanse rechter heeft op 17 mei 2012 een voorlopig verbod opgelegd inbreuk te maken op het Spaanse deel van EP 045 aan o.m. Sython Hispania. Na verlof van de voorzieningenrechter heeft Astellas vervolgens conservatoir bewijsbeslag onder Synthon B.V. gelegd; Astellas vordert nu inzage in en beschikking over de in beslag genomen documentatie. Synthon bestrijdt echter dat de Synthon-producten inbreuk maken op het octrooi van Astellas.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van Astellas toe. Gezien de grotendeels tegenstrijdige deskundigenverklaringen is er weliswaar serieuze twijfel mogelijk over de vraag of de Synthon-producten onder beschermingsomvang vallen van EP 045. Synthon heeft echter op geen enkele wijze gemotiveerd aangegeven dat en waarom de informatie waarvan Astellas inzage wenst vertrouwelijk is, zodat aangenomen moet worden dat de gevorderde maatregel voor Synthon niet ingrijpend is. Dit werkt door in de eisen die gesteld moeten worden aan het aannemelijk maken van de inbreuk. Alles afwegend leidt dit tot de conclusie dat Astellas voldoende heeft gesteld en de verweren van Synthon ook in voldoende mate heeft gepareerd om van een redelijk vermoeden van inbreuk uit te gaan. Astellas heeft derhalve een rechtmatig belang bij inzage en de gegevens die Astellas wil inzien, zijn voldoende bepaald in de zin van artikel 843a Rv.
4.28. Gezien de hiervoor besproken over en weer gewisselde argumenten en grotendeels tegenstrijdige deskundigenverklaringen is er serieuze twijfel mogelijk over de vraag of de Synthon-producten onder de beschermingsomvang vallen van EP 045. Vooralsnog staat inbreuk bepaald niet vast.
4.29. De voor toewijsbaarheid van de in dit geding gevorderde inzage aan te leggen toets is, zoals hiervoor in r.o. 4.3. al werd aangehaald, echter lager dan die voor een in kort geding of bodemprocedure toe te wijzen verbodsvordering. In het kader van de belangenafweging speelt bovendien mee, en dat weegt zwaar, dat Synthon op geen enkele wijze gemotiveerd heeft aangegeven dat en waarom de informatie waarvan Astellas inzage wenst vertrouwelijk is, zodat daar niet van is uit te gaan. Dat maakt dat er vanuit moet worden gegaan dat de gevorderde maatregel voor Synthon niet ingrijpend is. Dit werkt door in de eisen die gesteld moeten worden aan het aannemelijk maken van de inbreuk. Alles afwegend leidt dit tot de conclusie dat Astellas voldoende heeft gesteld en de verweren van Synthon ook in voldoende mate heeft gepareerd om van een redelijk vermoeden van inbreuk uit te gaan.
IEPT20130201, Rb Oost-Nederland, Astellas v Synthon