EU-oppositieprocedure o.g.v. ouder Gemeenschaps- en Duits woordmerk “DIGNITY” tegen woordmerk “DIGNITUDE” voor o.a. incontinentieproducten en ondergoed. Het BHIM wees de oppositie toe voor incontinentieproducten, maar niet voor de waar ondergoed. Het Gerecht bevestigt deze beslissing en wijst het beroep van de opposant af. Verwarringsgevaar wordt niet aangenomen, nu de desbetreffende waren (incontinentieproducten t.o.v. ondergoed) niet identiek of vergelijkbaar zijn. Het relevante publiek bestaat uit consumenten in Europa, die last hebben van incontinentie en wiens aandachtsniveau bijzonder hoog is bij het selecteren van de desbetreffende waar. De waren zijn niet vergelijkbaar: zij dienen een ander doel en zijn verschillend van aard, de distributiekanalen van de waren zijn veelal verschillend en de waren zijn niet onderling verwisselbaar of complementair (ondergoed is niet in zodanige mate onontbeerlijk of belangrijk voor het gebruik van incontinentieproducten, dat consumenten wellicht kunnen denken dat beide waren afkomstig zijn van dezelfde onderneming).
46 In the light of the foregoing, it must be concluded that the Board of Appeal did not err in finding that the goods covered by the marks at issue were not similar.
47 Furthermore, in so far as, according to the case-law cited at paragraph 22 of the present judgment, the likelihood of confusion presupposes both that the marks at issue are identical or similar and that the goods or services which they cover are identical or similar, it must be held that the Board of Appeal was correct in finding that there was no likelihood of confusion between the marks at issue within the meaning of Article 8(1)(b) of Regulation No 207/2009.
Lees het arrest hier.