Geen inhoudelijke beoordeling plagiaat door bestuursrechter

27-02-2013 Print this page
IEPT20130212, Rb Midden-Nederland, Beroepscommissie Examens ASG

Geen beroep mogelijk tegen besluit inhoudende een beoordeling van kennen en kunnen van leerling: geen ruimte voor bestuursrechter om inhoudelijk te beoordelen of sprake is van plagiaat en dientengevolge evenmin voor beoordeling van de getroffen maatregel.

BESTUURSRECHT

Eiser heeft voor het vak Nederlands een werkstuk, de zogenoemde Meesterproef ‘Vettax onzin!’, als WORD document via Teletop ingeleverd. Met betrekking tot dit werkstuk is, na controle met het plagiaatdetectieprogramma Ephorus, vastgesteld dat het voor 93% overeenkwam met een eerder door een andere leerling ingeleverd werkstuk. De rector heeft vervolgens op grond van het Eindexamenbesluit Voortgezet Onderwijs aan eiser het cijfer 1 toegekend. Bij besluit heeft verweerder Beroepscommissie Examens Almeerse Scholen Groep het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De bestuursrechter oordeelt dat in artikel 8:4, aanhef en onder e, van de Awb (oud) is bepaald dat geen beroep ingesteld kan worden tegen een besluit inhoudende een beoordeling van het kennen en kunnen van een leerling. Dit artikel laat derhalve geen ruimte voor een inhoudelijke beoordeling of er sprake is van plagiaat met betrekking tot het werkstuk en dientengevolge evenmin voor een beoordeling van de door de rector getroffen maatregel.

7. In artikel 8:4, aanhef en onder e, van de Awb (thans artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb) is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een beoordeling van het kennen en kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst.

9. Anders dan partijen is de rechtbank van oordeel dat aan het bestreden besluit een beoordeling ten grondslag ligt van het kennen en kunnen van eiser als bedoeld in genoemd artikel van de Awb. Dat deze beoordeling is uitgevoerd met behulp van het softwareprogramma Ephorus, laat onverlet dat het werkstuk inhoudelijk beoordeeld moet worden alvorens de conclusie plagiaat getrokken kan worden, hetgeen in het onderhavige geval ook is gebeurd. De opgelegde maatregel waarbij aan eiser het cijfer 1 is toegekend voor zijn werkstuk is, gelet op artikel 5, eerste en tweede lid, van het Besluit, het gevolg van deze beoordeling. Artikel 8:4, aanhef en onder e, van de Awb laat de bestuursrechter geen ruimte om te beoordelen of er sprake is van plagiaat met betrekking tot het werkstuk en dientengevolge evenmin voor een beoordeling van de door de rector getroffen maatregel. Het betoog van partijen dat de rechtbank inhoudelijk kan en dient te beoordelen of er al dan niet sprake is van plagiaat, slaagt dus niet.

IEPT20130212, Rb Midden-Nederland, Beroepscommissie Examens ASG