Verzet tegen jonger gemeenschapsmerk mogelijk zonder voorafgaande nietigheidsverklaring

21-02-2013 Print this page
IEPT20130221, HvJEU, FCI v FCIPPR

Het uitsluitende recht van de houder van een gemeenschapsmerk om op grond van artikel 9(1) GMeV iedere derde het gebruik in het economische verkeer te verbieden van tekens die gelijk zijn aan of overeenstemmen met zijn merk, strekt zich uit tot de derde die houder is van een jonger gemeenschapsmerk, zonder dat dit laatstgenoemde merk eerst nietig hoeft te worden verklaard.

MERKENRECHT

De FCI is houdster van gemeenschapswoord- en beeldmerk “FCI FEDERATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE”, welke is ingeschreven voor onder meer het organiseren en houden van tentoonstellingen voor commerciële doeleinden en reclamedoeleinden ten aanzien van honden. De FCIPPR is houdster van de nationale woord- en beeldmerken “FEDERACIÓN CANINA INTERNACIONAL DE PERROS DE PURA RAZA – F.C.I”,”FEDERACION CANINA INTERNACIONAL DE PERROS DE PURA RAZA” en “FEDERACION CINOLOGICA INTERNACIONAL + F.C.I”. FCIPPR heeft tevens een Gemeenschapsbeeldmerk. Deze merken zijn onder meer ingeschreven voor wedstrijden en tentoonstellingen van zuivere hondenrassen. FCI heeft vervolgens een vordering op grond van inbreuk op haar gemeenschapsmerk en een vordering tot nietigverklaring van de nationale merken van FCIPPR vanwege verwarringsgevaar ingesteld.

De verwijzende rechter is van mening dat in het hoofdgeding de vraag aan de orde is of het uitsluitende recht dat artikel 9, lid 1, van de verordening de houder van een gemeenschapsmerk – in casu de FCI – verleent, kan worden tegengeworpen aan een derde die houder is van een later ingeschreven gemeenschapsmerk – in casu de FCIPPR – zolang dat jongere merk niet nietig is verklaard. Het Hof verklaart voor recht:
• dat artikel 9, lid 1, van de verordening aldus moet worden uitgelegd dat het uitsluitende recht van de houder van een gemeenschapsmerk om iedere derde het gebruik in het economische verkeer te verbieden van tekens die gelijk zijn aan of overeenstemmen met zijn merk, zich uitstrekt tot de derde die houder is van een jonger gemeenschapsmerk, zonder dat dit laatstgenoemde merk eerst nietig hoeft te worden verklaard.

IEPT20130221, HvJEU, FCI v FCIPPR