Verboden tabaksreclame: omdat in de supermarkt van eiser sigarendoosjes van het merk "Moods" op een doorzichtige display rechtop stonden opgesteld met de voorkant gericht naar het publiek, was geen sprake van een reguliere presentatie van te koop aangeboden tabaksproducten. Betoog dat de stringente uitzondering op het reclameverbod ziet op sigaretten en niet op sigaren, faalt. Boete van € 450,00.
RECLAMERECHT – TABAKSRECLAME
Verboden tabaksreclame door winkelier:
• Uit deze en eerdere uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) volgt onmiskenbaar dat bij hetgeen binnen het beperkte kader van deze uitzondering op het reclameverbod als gebruikelijk kan worden beschouwd, gedacht moet worden aan de in tabaksverkooppunten meest voorkomende methode voor de uitstalling van verpakkingen van tabaksproducten, te weten het op elkaar stapelen of achter elkaar plaatsen in schappen. Omdat in de supermarkt van eiser sigarendoosjes van het merk “Moods” op een doorzichtige display rechtop stonden opgesteld met de voorkant gericht naar het publiek, was geen sprake van een ‘reguliere presentatie van te koop aangeboden tabaksproducten’, zodat deze wijze van te koop aanbieden van sigaren onder het reclameverbod valt.
• Het betoog van eiser ter zitting dat de stringente uitzondering op het reclameverbod ziet op sigaretten en niet op sigaren, omdat de wetgever vooral het roken door jongeren heeft willen tegengaan, terwijl sigaren weinig aantrekkelijk zijn voor jongeren, faalt.
Boete van € 450,00:
• Met betrekking tot de hoogte van de boete hebben de gemachtigden van de minister ter zitting desgevraagd aangegeven dat de in de bijlage bedoeld in artikel 11b, tweede lid, en artikel 12c van de Tabakswet opgenomen zin “Overtredingen van de artikelen 5 en 5a door anderen worden bestraft met een bestuurlijke boete van € 4 500.” aldus wordt uitgelegd dat het gaat om een boete van te hoogste € 4.500,00. Ook de rechtbank zal hier van uitgaan (vgl. CBb 6 maart 2008, LJN BC6126). Gelet op het in de volgende zin in die bijlage opgenomen woorden “eveneens” en “ten hoogste” en de daarop volgende zinnen die betrekking hebben op boetes die binnen dit maximumbedrag oplopen naargelang de mate van recidive, is hier blijkbaar sprake van een omissie door de wetgever. De minister heeft aldus terecht aangesloten bij het in de bijlage opgenomen gefixeerde tarief van € 450,00 dat van toepassing is bij een eerste overtreding.
IEPT20130221, Rb Rotterdam, Presentatie Moods