Verwarringsgevaar tussen ZIENGS merken en logo met naam 'BEREND ZIENGS' erin, gelet op sterke mate van overeenstemming tussen zelfstandige bestanddeel 'door Berend Ziengs' in het logo en de ZIENGS merken, het grote onderscheidend vermogen van de ZIENGS merken en het feit dat het logo wordt gebruikt voor exact dezelfde waren als waarvoor de ZIENGS merken zijn ingeschreven maar ook waarvoor deze feitelijk worden gebruikt. Dit verwarringsgevaar wordt niet weggenomen door het gebruik van de handelsnaam 'De Schoenenfabriek' in het logo. Beroep op exceptie van artikel 2.23(1)(a) BVIE slaagt niet: van eerlijk gebruik van het logo in nijverheid en handel is geen sprake, het publiek zal op grond van het logo op zijn minst kunnen menen dat er een economische band bestaat tussen partijen.
MERKENRECHT
Eiseres Ziengs Schoenen exploiteert schoenenwinkels onder de (handels)naam Ziengs en is houdster van de Beneluxwoordmerken ZIENGS en ZIENGS XP. Gedaagde De Schoenenfabriek is voornemens eind februari 2013 een schoenenwinkel te openen in Groningen en heeft het Beneluxwoordmerk DE SCHOENENFABRIEK gedeponeerd. Eiseres heeft gedaagde herhaaldelijk verzocht en tot slot ook gesommeerd het gebruik van het logo, althans van de naam ‘Berend Ziengs’ daarin, te staken.
Het gevorderde stakingsbevel wordt toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat De Schoenenfabriek haar logo inderdaad gebruikt in het handelsverkeer en dat het in aanmerking komende publiek een verband zal leggen tussen het gebruik van het logo en de door De Schoenenfabriek aan te bieden waren en diensten (verkoop van schoenen). Verwarringsgevaar wordt aangenomen: gelet op de sterke mate van overeenstemming tussen het zelfstandige bestanddeel ‘door Berend Ziengs’ in het logo en de ZIENGS merken, het grote onderscheidend vermogen van de ZIENGS merken en het feit dat het logo wordt gebruikt voor exact dezelfde waren als waarvoor de ZIENGS merken zijn ingeschreven maar ook waarvoor deze feitelijk worden gebruikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat door het gebruik van het logo verwarring bij het publiek kan ontstaan. Dit verwarringsgevaar wordt niet weggenomen door gebruik van de handelsnaam ‘De Schoenenfabriek’ in het logo die niet overeenstemt met de ZIENGS merken (vgl. HvJEG Thomson Life, IEPT20051006). Verder heeft het door Ziengs Schoenen gestelde gevaar voor verwarring zich in de praktijk ook al voorgedaan.
Een beroep van De Schoenenfabriek op de exceptie van artikel 2.23(1)(a) BVIE slaagt niet: van eerlijk gebruik van het logo in nijverheid en handel is geen sprake. Het publiek zal op grond van het logo op zijn minst kunnen menen dat er een economische band bestaat tussen De Schoenenfabriek en Ziengs Schoenen als houder en gebruiker van de ZIENGS merken, terwijl zulks niet het geval is. Verder is van belang dat er een familieband bestaat tussen de directeur van Ziengs Schoenen en de oprichter van De Schoenenfabriek, zodat gedaagde zich dus bewust was van het feit dat Ziengs Schoenen al decennia lang schoenenwinkel exploiteert onder de naam ZIENGS en hiervoor haar merken gebruikt. Ook weegt mee dat de ZIENGS merken in ieder geval in Groningen intensief zijn gebruikt en daardoor een zekere mate van bekendheid genieten.
IEPT20130304, Rb Den Haag, Ziengs Schoenen v De Schoenenfabriek