Remark mag in reclame voor haar Vogue Exclusive cosmeticalijn verwijzen naar mode en fashion

08-03-2013 Print this page
IEPT20130307, Rb Den Haag, Advance v Remark

Remark heeft met haar promotiefilm en persbericht in relatie tot haar cosmeticalijn VOGUE Exclusive in strijd gehandeld met een eerdere vaststellingsovereenkomst door daarin te verwijzen naar het tijdschrift VOGUE. Tevens is er sprake van in het kielzorg varen van de bekende VOGUE merken van Advance. Het staat Remark echter wel vrij in haar uitingen te refereren aan mode in zijn algemeenheid. De twitter-berichten van Nikkie Plessen, waarmee Remark een endorsementovereenkomst heeft voor haar cosmeticalijn, over het tijdschrift VOGUE zijn niet in strijd met de vaststellingsovereenkomst, nu deze geen verwijzing bevatten naar VOGUE Exclusive producten.

MERKENRECHT - OVEREENKOMST

Eiseres Advance Magazine Publishers is houdster van verschillende merkrechten met betrekking tot het teken VOGUE, de titel van een mode- en lifestyletijdschrift dat wordt uitgegeven door haar dochteronderneming Condé Naste. Gedaagde Remark beschikt in de Benelux over oudere rechten op het merk VOGUE voor cosmetica en mag op grond van een eerdere vaststellingovereenkomst tussen de rechtsvoorganger van Remark en Advance het merk VOGUE in de Benelux blijven gebruiken voor cosmetische producten. Advance stelt nu dat gedaagden de vaststellingsovereenkomst schenden dan wel merkinbreuk maken door het gebruik van het teken VOGUE in haar uitingen op een wijze waarop gerefereerd wordt aan het modetijdschrift VOGUE, waarvan ook sprake is als de woorden ‘mode’ en/of ‘fashion’ of modeartikelen worden gebruikt in relatie tot haar cosmeticalijn VOGUE Exclusive.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen grotendeels af. Remark heeft slechts ten aanzien van haar promotiefilm en een persbericht dat in het kader van een endorsementovereenkomst met Nikkie Plessen in opdracht van Remark is gedaan, in strijd gehandeld met haar contractuele verplichting om niet (in)direct te verwijzen naar het tijdschrift VOGUE. Het staat Remark echter in beginsel wel vrij het woord ‘mode’, ‘fashion’ of mode-gerelateerde termen te gebruiken, te refereren aan het onderwerp mode en te verwijzen naar een mode- of stijlicoon ten behoeve van de marketing van haar producten, zolang zij daarbij niet verwijst naar Advance of haar publicaties. Had Advance dit niet gewild, dan had zij dit expliciet moeten opnemen in de overeenkomst.

De voorzieningenrechter ziet verder geen bezwaar in de twitter-berichten van Nikkie Plessen over het tijdschrift VOGUE. Deze berichten bevatten geen verwijzing naar VOGUE Exclusive producten, zodat uit de inhoud van die berichten niet de gevolgtrekking gemaakt kan worden dat zij opdracht van Remark zijn geplaatst. Van onrechtmatig handelen door Nikkie Plessen en haar management door bewust mee te werken aan schending van de overeenkomst door Remark is voorshands oordelend geen sprake.

De vorderingen tot het opleggen van een verbod op het schenden van de overeenkomst en op merkinbreuk worden toegewezen. Met de verwijzingen naar het tijdschrift VOGUE in de promotiefilm en het persbericht wordt namelijk tevens in het kielzog gevaren van de bekende merken van Advance in de zin van artikel 2.20(1)(c) BVIE.

Zie ook een eerder kort geding over de Vogue Glamour productlijn van Remark: IEPT20120919, Rb Den Haag, Advance v Remark

IEPT20130307, Rb Den Haag, Advance v Remark