NOS mag nieuwsitem over mogelijk te heropenen moordzaak uitzenden

12-04-2013 Print this page
IEPT20130324, Rb Midden-Nederland, NOS
(Met dank aan Bas Le Poole en Laura Broers, Houthoff Buruma)

Geen uitzendverbod voor nieuwsitem over wetsvoorstel Wet herziening ten nadele, waarbij moordzaak waarvan eiser is vrijgesproken als voorbeeld wordt gebruikt: onvoldoende gebleken van een zodanige inhoud dat dit een (dreigende) onrechtmatige inbreuk op persoonlijke levenssfeer van eiser meebrengt, die zo zwaarwegend is dat daaraan voorrang behoort toe te komen boven het recht van gedaagde NOS op vrijheid van meningsuiting.

PUBLICATIE

Uitwerking van het eerdere kop-staart vonnis (zie hier). Gedaagde NOS was voornemens in het NOS-journaal aandacht te besteden aan het wetsvoorstel Wet herziening ten nadele, op grond waarvan een bepaalde categorie onherroepelijke vrijspraken zou kunnen worden herzien. De zaak waarin eiser is vrijgesproken van het ombrengen van zijn toenmalige vriendin [A], zou in de reportage als voorbeeld dienen. Eiser vordert nu een verbod om bij de behandeling van het wetsvoorstel aandacht te besteden aan deze strafzaak en de strafzaak (in)direct in verband te brengen met dat onderwerp.

Eiser stelt daartoe dat gedaagde jegens hem onrechtmatig handelt door in het nieuwsitem de strafzaak te noemen en de nabestaanden van [A] een podium te bieden om lasterlijke uitspraken over hem te doen. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde (uitzend)verbod af. Gelet op de relevante feiten en omstandigheden, met name de door gedaagde gestelde inhoud en vormgeving van het nieuwsitem, is niet voldoende gebleken van een zodanige inhoud dat dit een (dreigende) onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiser meebrengt, die zo zwaarwegend is dat daaraan voorrang behoort toe te komen boven het recht van gedaagde op vrijheid van meningsuiting.

4.6 In deze zaak komt het evenwel niet aan op het oordeel of de eventuele uitlatingen van de familie van [A] jegens eiser onrechtmatig zijn, maar of het eventuele nieuwsitem van gedaagden jegens hem onrechtmatig is. Bij de uitvoering van de onder 4.2 bedoelde toets dient daarom onderscheid gemaakt te worden tussen de nabestaanden als degenen die de gewraakte uitlating doen enerzijds en NOS/[gedaagde sub 2], die de uitlating niet zelf doen maar die aan de familie daartoe een podium bieden anderzijds. Ook wanneer een uitlating door de familie van [A] jegens eiser als onrechtmatig kan worden gekwalificeerd, betekent dit immers niet automatisch dat het uitzenden van een dergelijke uitspraak door gedaagden onrechtmatig jegens eiser is. Van belang daarbij is de wijze waarop de kwestie in de desbetreffende uitzending wordt gepresenteerd en verwoord, waarbij naast de inhoud en de context van de uitlatingen van de familie van [A] zelf, ook betekenis toekomt aan de verdere – door NOS en/of [gedaagde sub 2] gekozen – inhoud en de context van het item, hun journalistieke rol en de nieuwswaarde van het item.

4.7.  In het licht van dat beoordelingskader is de voorzieningenrechter, gelet op de hier relevante feiten en omstandigheden, met name de door gedaagden gestelde inhoud en vormgeving van het nieuwsitem (zie onder 4.4.), van oordeel dat voorshands niet voldoende is gebleken van een zodanige inhoud van dat item dat dit een (dreigende) onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiser meebrengt, die zo zwaarwegend is dat daaraan voorrang behoort toe te komen boven het recht van gedaagden op vrijheid van meningsuiting. De door eiser gevreesde gevolgen van de gewraakte uitzending leiden niet tot een ander oordeel. Hij kan die gevolgen, hoe nadelig ook, dan ook niet met behulp van de ingestelde vordering afwenden. Het gevorderde (uitzend)verbod moet worden afgewezen.

IEPT20130324, Rb Midden-Nederland, Eiser v NOS