Werkstraf en schadevergoeding wegens in voorraad hebben van merkvervalste horloges

30-05-2013 Print this page
IEPT20130402, Rb Oost-Brabant, Merkvervalsing Ice-Watch
(Met dank aan Samantha Brinkhuis en Thomas Conijn, De Brauw Blackstone Westbroek)

Werkstraf van 200 uren en voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaar voor het in voorraad hebben van merkvervalste ICE-WATCH horloges. Tevens betaling van schadevergoeding, bestaande uit € 1.481 aan materiële schadevergoeding en € 1.342,50 ter zake van kosten aan rechtsbijstand, aan de gevoegde partij TKS, aan wie de IE-rechten ter zake van de ICE-WATCH horloges toekomen: alle gevorderde schadeposten worden toegewezen.

STRAFRECHT

Enkele overwegingen:

“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid merkvervalste horloges, terwijl hij van het plegen ervan zijn beroep heeft gemaakt. Door het op de markt brengen van deze merkvervalste horloges wordt de merkenhouder, in dit geval TKS S.A., benadeeld.

De vordering van de benadeelde partij TKS S.A.
Namens de benadeelde partij wordt een schadevergoeding gevorderd van € 2.723,50, bestaande uit post 1 beoordeling aangetroffen horloges € 643,00, post 2 kosten rechtsbijstand in verband met het doen van aangifte € 738,00 en post 3 kosten voor rechtsbijstand € 1.342,50 (in verband met het indienen van de vordering van de benadeelde partij).

De schade die verband houdt met het beoordelen van de aangetroffen horloges acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar nu deze schade voldoende causaal verband heeft met het bewezenverklaarde feit. De merkgerechtigde zal immers, geconfronteerd met het vermoeden dat sprake is van inbreuken op zijn merkrechten, onderzoek moeten doen (en in dat verband kosten maken) teneinde vast te stellen of van inbreuk sprake is. Dat dergelijk onderzoek in beginsel door de merkhouder dient te geschieden vloeit voort uit het gegeven dat de merkhouder bij uitstek en -doorgaans- met uitsluiting van anderen in staat is te beoordelen (aan de hand van zogenaamde echtheidskenmerken) of de aangetroffen goederen inbreuk maken op zijn intellectuele eigendomsrechten. Door het voorhanden hebben van vervalsingen heeft verdachte de benadeelde partij genoopt tot het doen van dergelijk onderzoek en (dus) tot het maken van kosten. [...]

De omstandigheid dat het doen van aangifte geen voorwaarde is voor het instellen van vervolging laat onverlet dat de aangifte wel in een voldoende direct verband staat tot het feit waarop de vervolging betrekking heeft, nu de aangifte daarin immers zijn directe aanleiding vindt. De kosten die met het doen van aangifte verband houden komen om die reden in beginsel als directe schade, veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit in aanmerking. Aangezien de hoogte van de te dier zake gemaakte kosten genoegzaam is onderbouwd kan dit onderdeel van de vordering worden toegewezen nu daartegen geen gemotiveerd verweer is gevoerd.

Ter zake de gevorderde kosten van rechtsbijstand die verband houden met het indienen van de vordering tot vergoeding van de schade geldt dat bij de begroting van deze kosten de systematiek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan worden gevolgd. Aangezien de vordering betrekking heeft op inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van de benadeelde partij dient daarbij acht geslagen te worden op het bepaalde in artikel 1019h Rv: [...]

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde kosten van rechtsbijstand verband houden met werkzaamheden, gericht op de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten van de benadeelde partij in de zin van voornoemde Handhavingsrichtlijn en dat deze kosten derhalve integraal- en in afwijking van het ingevolge de artikelen 237 e.v. Rv geldende stelsel van forfaitair bepaalde kosten - voor vergoeding in aanmerking komen, nu deze kosten de rechtbank niet onredelijk voorkomen en de verdediging te dier zake ook geen gemotiveerd verweer heeft gevoerd. [...]"

IEPT20130402, Rb Oost-Brabant, Merkvervalsing Ice-Watch