Beslag op FIT-platen blijft in ieder geval liggen tot termijnen voor opgave en afgifte zijn verstreken

09-04-2013 Print this page
IEPT20130405, Rb Den Haag, Xingraphics v Agfa

Geen opheffing van conservatoir beslag tot afgifte: gelet op de door het hof gegeven verklaring voor recht van indirecte inbreuk door Xingraphics en bevel tot afgifte van de FIT-platen, kan voorshands niet gezegd worden dat het door Agfa ingeroepen recht ondeugdelijk voorkomt. Uitleg van de bewoordingen 'alle genoemde FIT-platen'. Belang van Agfa bij handhaving van het beslag aanzienlijk zwaarder, gelet op feit dat de termijnen voor opgave en afgifte binnen afzienbare tijd verstrijken en niet kan worden uitgesloten dat gevaar voor frustratie van het bevel tot afgifte zich inderdaad zal voordoen.

OCTROOIRECHT

Gedaagde Agfa is houdster van het Nederlandse deel van het Europees octrooi voor een “Method for making positive photosensitive lithographic printing plate”. Het Hof Den Haag heeft geoordeeld (IEPT20130129) dat eiseres Xingraphics indirecte inbreuk pleegt op het octrooi van Agfa en Xingraphics bevolen opgave te doen en “alle genoemde FIT-platen” aan Agfa ter hand te stellen. Agfa heeft vervolgens conservatoir (derden)beslag tot afgifte gelegd op enkele partijen FIT-platen, uit vrees voor verduistering gezien de door het hof bepaalde termijn van 8 weken. Xingraphics vordert thans opheffing van het gelegde beslag.

De vordering van Xingraphics wordt afgewezen. Gelet op de door het hof gegeven verklaring voor recht van indirecte inbreuk door Xingraphics en het bevel tot afgifte van de FIT-platen, kan voorshands niet gezegd worden dat het door Afga ingeroepen recht ondeugdelijk voorkomt. De discussie tussen partijen spitst zich echter toe op de vraag welke platen door Xingraphics aan Agfa ter hand dienen te worden gesteld.

4.11. Iets anders is hoe de bewoordingen ‘alle genoemde FIT-platen’ moeten worden uitgelegd. Gelet op de overwegingen en het dictum van het hof (vgl. 2.7. en 2.8.) dient het bevel naar voorlopig oordeel zo te worden begrepen dat het (anders dan het ruimer geformuleerde verbod) beperkt is tot afgifte van de FIT-, FIT X-tra-, FIT Melior- en FIT X-tra Melior-platen, welke ook in de appelprocedure voor lagen. Zoals het hof - ‘om misverstanden te voorkomen’ - overwoog hebben de toe te wijzen vorderingen uitsluitend betrekking op het grondgebied van Nederland en berusten zij op indirecte octrooiinbreuk. Dit is het gevolg van de beperkte territoriale werking van de in artikel 73 Rijksoctrooiwet 1995 bedoelde middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding en het gebruik van die middelen voor toepassing van de uitvinding (namelijk: in Nederland). Alle grensoverschrijdende ‘inbreuk’ blijft dan ook buiten schot, wat, om met Huydecoper/Van Nispen te spreken, aanzienlijke mogelijkheden voor ontduiking van deze regeling schept.

4.12. Hier wringt ook de schoen. Het is in het beperkte kader van dit kort geding, waarin geen plaats is voor nadere bewijsvoering, niet goed mogelijk te treden in de juistheid van Xingraphics’ (eerst in dit geding geponeerde) stelling dat de door Hudig gehouden platen (die eigendom zijn van Xingraphics) niet in Nederland maar uitsluitend daarbuiten zijn aangeboden en/of geleverd (zodat daarmee geen indirecte inbreuk is gemaakt en aldus niet onder het bevel tot afgifte zouden vallen), welke stelling door Agfa gemotiveerd wordt betwist. (...)

4.13. Dat de thans bij Hudig beslagen partij voor een groot deel zou bestaan uit volgens Xingraphics niet onder het afgiftebevel vallende Primus-platen, is op dit moment evenmin goed te beoordelen. Nog daargelaten dat opvallend is dat deze platen tot voorheen in de markt werden gezet als ‘FIT Primus (plus)’ platen, maar kort voor de mondelinge behandeling door Xingraphics op haar website en in productbrochures opeens worden aangeduid als ‘Primus’ platen, geldt dat ‘Primus’ platen in de in het proces-verbaal opgesomde lijst van beslagen producten onder die benaming in ieder geval niet voorkomen. (...)

4.14. Hoe dit alles ook zij, in het kader van de in dit geding te maken belangenafweging is de voorzieningenrechter, gelet op het feit dat de in het arrest bepaalde termijnen voor opgave en afgifte binnen afzienbare tijd verstrijken en niet kan worden uitgesloten dat het door Agfa geschetste gevaar van frustratie van het bevel tot afgifte zich inderdaad zal voordoen, van oordeel dat het belang van Agfa bij handhaving van de status quo aanzienlijk zwaarder weegt dan het door Xingraphics gestelde belang. Onder die omstandigheden is het bepaald aangewezen dat het beslag in ieder geval tot de voor opgave van informatie en afgifte in het arrest bepaalde termijnen zijn verstreken vooralsnog blijft liggen op de bij Hudig aangetroffen partij platen.

Proceskosten conform de tussen partijen bereikte overeenstemming: € 15.000,00.

IEPT20130405, Rb Den Haag, Xingraphics v Agfa