Eenheidsoctrooi: geen sprake van misbruik van het instrument van nauwere samenwerking
16-04-2013 Print this page
Eenheidsoctrooi. Machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan. Gevoegde zaken Spanje/Italië tegen de Raad van de Europese Unie/lidstaten behorende tot nauwere samenwerking op het gebied van eenheidsoctrooibescherming. Spanje en Italië hadden beroep aangetekend tegen de samenwerking tussen 25 lidstaten van de EU aangaande de totstandkoming van een eenheidsoctrooi voor de 25 landen (het unitair octrooirecht). Het Hof verwerpt de beroepen en concludeert dat de lidstaten hebben voldaan aan alle voorwaarden en de juiste procedure hebben gevolgd inzake de 'nauwere samenwerking'. Er is geen sprake van misbruik van het instrument van nauwere samenwerking. Het middel is niet gebruikt om Spanje en/of Italië uit te sluiten en is toegepast als 'last resort'.
Onbevoegheid van de Raad: 25 In die omstandigheden moet worden geconcludeerd dat de door artikel 118 VWEU toegekende bevoegdheden vallen onder een gebied van gedeelde bevoegdheden in de zin van artikel 4, lid 2, VWEU en bijgevolg niet-exclusieve bevoegdheden zijn in de zin van artikel 20, lid 1, eerste alinea, VEU.
Misbruik van bevoegdheid: 37 Hieruit volgt dat het besluit van de Raad, nauwere samenwerking toe te staan na te hebben vastgesteld dat het eenheidsoctrooi en de talenregeling daarvoor niet binnen een redelijke termijn door de Unie in haar geheel konden worden verwezenlijkt, geen ontwijking van het unanimiteitsvereiste van artikel 118, tweede alinea, VWEU vormt, noch overigens een uitsluiting van de lidstaten die geen gevolg hebben gegeven aan de verzoeken om nauwere samenwerking. Voor zover het bestreden besluit strookt met de voorwaarden van artikel 20 VEU en de artikelen 326 en volgende VWEU – hetgeen in het kader van de overige middelen wordt onderzocht – berust het niet op misbruik van bevoegdheid maar draagt het, nu niet binnen een redelijke termijn een gemeenschappelijke regeling voor de Unie in haar geheel kan worden verwezenlijkt, bij tot het integratieproces.
Schending van de voorwaarden (last resort): 54 Het Hof zal dus, bij zijn toetsing of is voldaan aan de voorwaarde dat een besluit waarbij nauwere samenwerking wordt toegestaan in laatste instantie is genomen, moeten nagaan of de Raad de in dat verband relevante gegevens zorgvuldig en onpartijdig heeft onderzocht en of de conclusie waartoe hij is gekomen toereikend is gemotiveerd.
55 In casu heeft de Raad stellig in de beschouwing betrokken dat het wetgevingsproces voor de invoering van een eenheidsoctrooi op het niveau van de Unie in gang is gezet in de loop van het jaar 2000 en meerdere etappes heeft doorlopen, die door de advocaat-generaal zijn gereconstrueerd in de punten 119 tot en met 123 van zijn conclusie en gedetailleerd zijn weergegeven in het door de Commissie op 14 december 2010 ingediende voorstel voor nauwere samenwerking [COM(2010)790 definitief, blz. 3‑6] alsook, beknopter, in de punten 3 en 4 van de considerans van het besluit vermeld staan.
56 Ook kan worden gezegd dat over een aanzienlijk aantal verschillende talenregelingen voor het eenheidsoctrooi tussen alle lidstaten in de Raad discussie is gevoerd en dat geen van die regelingen, al dan niet in de vorm van een compromis, voldoende steun heeft gekregen om op het niveau van de Unie tot de vaststelling van een volledig „wetgevingspakket” voor een dergelijk octrooi te leiden.
IEPT20130416, HvJEU, Spanje v Europese Raad