Het Gerecht bevestigt de weigering tot inschrijving van het woordteken “CONTINENTAL” voor (het houden en fokken van) honden. Het woord “continental” is beschrijvend voor de aangevraagde waren en diensten (en mist derhalve onderscheidend vermogen), aangezien het een aanduiding is van een (in Zwitserland erkend) bulldog-ras.
40 Bijgevolg heeft de kamer van beroep in het kader van het door haar overeenkomstig het arrest Libertel, punt 32 supra, verrichte strenge en volledige onderzoek van de merkaanvraag terecht geoordeeld dat de uitdrukking „continental bulldog” zowel in Duitsland als in de rest van de Unie reeds op de datum van de merkaanvraag – minstens door het gedeelte van het relevante publiek dat uit vakmensen bestaat, zoals de fokkers van honden of de exploitanten van dierenverblijven – kon worden gebruikt ter aanduiding van een in Zwitserland erkend hondenras.
44 In dit verband moet worden vastgesteld dat indien het in de onderhavige zaak aangevraagde merk zou worden ingeschreven, het relevante publiek daarmee voornamelijk zal worden geconfronteerd in omstandigheden waarin het ofwel de waren „levende dieren, te weten honden”, ofwel de diensten „het houden en fokken van honden, te weten pups en rasdieren” aanduidt. Voor een geïnformeerd publiek van ingewijden, bestaande uit kenners van het betrokken vakgebied die vertrouwd zijn met de methoden inzake de erkenning van hondenrassen, zal in die context de term „continental” onmiddellijk en zonder verder nadenken als een verwijzing naar het ras „continental bulldog” worden opgevat, dat wil zeggen als beschrijving van de betrokken waren en diensten of van hun kenmerken. Geconstateerd moet eveneens worden dat zelfs bepaalde dierenliefhebbers het woord „continental” in die zin zullen begrijpen, met name wanneer zij op zoek zijn naar opvang voor hun honden van dit ras of wanneer zij een „bulldog” wensen te kopen. Zoals de kamer van beroep in punt 35 van de bestreden beslissing heeft vastgesteld, mag namelijk redelijkerwijs worden aangenomen dat de liefhebbers of de potentiële kopers van honden in de regel bekend zijn met de honden die zij wensen aan te schaffen.
46 Daarbij komt nog dat het woord „continental” weliswaar verschillende betekenissen heeft, zoals die in punt 21 supra in herinnering zijn gebracht, maar hieruit geenszins kan worden afgeleid dat het relevante publiek daardoor nooit – of slechts zelden – een verband zal leggen tussen een van deze potentiële betekenissen van dit woord en de aanduiding van het betrokken hondenras, „continental bulldog”. Aangezien uit de in de bestreden beslissing vermelde internetuittreksels blijkt dat het nieuwe hondenras juist aldus is genoemd om het van het welbekende ras „English bulldog” te onderscheiden, zal inzonderheid minstens een gedeelte van het publiek van vakmensen, waarvan de goede kennis van zaken op dit gebied alsook de taalkundige kennis in aanmerking dient te worden genomen, deze terminologische tegenstelling tussen „continental” en „English” (Engels) opmerken en in het woord waaruit het aangevraagde merk bestaat des te gemakkelijker een verwijzing naar het nieuwe hondenras zien ter aanduiding van honden en diensten betreffende het fokken en houden van honden. In die omstandigheden is ook verzoeksters argument dat de kamer van beroep de hiërarchie van begrippen ter aanduiding van dieren en soorten, geslachten en rassen van dieren onjuist heeft toegepast dan wel deze met elkaar heeft gelijkgesteld, irrelevant en moet dit argument worden afgewezen.
53 Gelet op het voorgaande en rekening houdend met het arrest BHIM/Wrigley, punt 33 supra, volgens hetwelk het voldoende is dat een woordteken minstens één van de potentiële betekenissen van een kenmerk van de betrokken waren of diensten aanduidt om voor inschrijving te worden geweigerd, dient te worden geoordeeld dat de kamer van beroep geen blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door vast te stellen dat het aangevraagde merk dat uit het woord „continental” bestaat, door het relevante publiek onmiddellijk als een beschrijving van een ras van buldoggen zal worden opgevat of, wat voormelde diensten betreft, als een verduidelijking dat deze diensten betrekking hebben op honden van dit ras.
72 Bovendien is het vaste rechtspraak dat een merk dat kenmerken van de betrokken waren of diensten beschrijft in de zin van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 207/2009, daardoor voor deze waren of diensten noodzakelijkerwijs elk onderscheidend vermogen mist in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van deze verordening (zie arrest ReValue, punt 71 supra, punt 81 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Lees het arrest hier.