Beeldschermbehuizingen op metrostation Rotterdam maken geen auteursrechtinbreuk
06-11-2013 Print this page
T5-displays, bestaande uit twee pilaren van roestvrij staal met daartussen een beeldscherm, zijn auteursrechtelijk beschermd: afgezet tegen oudere displays vertoont specifieke combinatie van elementen van T5-display een zodanig afwijkende totaalindruk dat deze display een eigen oorspronkelijk karakter heeft. Dat enkele elementen technisch bepaald en dus onbeschermd kunnen zijn, doet hieraan niet af. Geen verveelvoudiging door City Media, gelet op verschillen tussen haar display en T5-display. Geen onrechtmatig gebruik van door Cheil verstrekte informatie met betrekking tot haar displays, nu geen sprake is van auteursrechtinbreuk of van bijzondere omstandigheden, zoals afspraken waaruit verbod tot gebruik van informatie blijkt. Geen slaafse nabootsing: onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat T5-displays eigen plaats op Nederlandse markt heeft verworven. Geen proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv wegens gebrek aan specificatie.
AUTEURSRECHT
Cheil heeft op London Heathrow een aantal T5-displays geplaatst, welke bestaan uit twee pilaren van roestvrij staal met daartussen een beeldscherm. Cheil is vervolgens, naast twee andere constructeurs, benaderd voor het uitbrengen van een offerte voor het ontwerpen van digitale displays voor plaatsing in metrostation Beursplein in Rotterdam. City Media heeft de offerte van Cheil afgewezen en de opdracht aan Audipack gegeven, waarna in de zomer van 2011 een zevental displays door City Media zijn geplaatst in genoemd metrostation. Cheil vordert nu staking van inbreuk op haar auteursrechten met betrekking tot de T5-displays. De vorderingen worden afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de T5-displays auteursrechtelijk beschermd zijn: afgezet tegen de oudere displays op de door City Media overgelegde foto’s vertoont de specifieke combinatie van elementen van de T5-display, waaronder de ronde roestvrijstalen palen en de maatvoering en verhoudingen, een zodanig afwijkende totaalindruk, dat deze display een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dat enkele elementen technisch bepaald en dus onbeschermd kunnen zijn, neemt niet weg dat de specifieke combinatie wel beschermd is.
Vast staat dat City Media zich bij de vormgeving van haar display heeft laten leiden door de T5: dit blijkt uit het feit dat Cheil een presentatie over de T5-displays (incl. foto’s en technische tekeningen) en een ‘artist impression’ aan City Media heeft toegestuurd en het feit dat de uiteindelijk gerealiseerde displays van City Media vergaande gelijkenissen vertonen met de T5. Naar het oordeel van de rechtbank is echter geen sprake van een verveelvoudiging, gelet op de verschillen tussen beide displays. Nu geen sprake is van auteursrechtinbreuk, is het gebruik van de door Cheil verstrekte informatie voor het ontwikkelen van een eigen display niet onrechtmatig. Cheil heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld, zoals afspraken waaruit een verbod tot gebruik van de informatie voortvloeit, die dit anders maken.
Er is voorts geen sprake van slaafse nabootsing, aangezien Cheil onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat de T5-display een eigen plaats op de Nederlandse markt heeft verworven. City Media maakt aanspraak op vergoeding van haar proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, maar heeft geen enkel bedrag opgegeven noch een onderbouwing waaruit een bedrag en specificatie daarvan blijkt, zodat de proceskosten moeten worden begroot volgens het liquidatietarief (€ 1.690).
IEPT20130417, Rb Rotterdam, Cheil v City Media