Geen exclusief recht op gebruik van generieke term 'wereldwinkel' als handelsnaam

03-05-2013 Print this page
IEPT20130502, Rb Noord-Holland, Vereniging van Wereldwinkels v Stichting Wereldwinkels
(Met dank aan Paul Mazel, Trip Advocaten & Notarissen)

Collectieve actie. Aannemelijk dat aanduiding 'wereldwinkel(s)' een algemeen gebruikte en generieke term is voor winkels die handelen in fair trade producten en als zodanig inmiddels tot publieke domein is gaan behoren, zodat geen exclusief recht op gebruik daarvan als handelsnaam kan worden geclaimd. Gebruik ervan als onderscheidingsteken (dat geen handelsnaam is) evenmin onrechtmatig, gezien zwakke onderscheidend vermogen en gebruik ervan in combinatie met in voldoende mate afwijkende huisstijl en logo. Wel verwijdering cq. aanpassing door gedaagde van misleidende uitlatingen met betrekking tot de bij haar aangesloten winkels en de inwisselbaarheid van haar cadeaubonnen.   

HANDELSNAAMRECHT

Eiseres Landelijke Vereniging van Wereldwinkels (Vereniging), een overkoepelende brancheorganisatie voor wereldwinkels, voert als handelsnaam de aanduidingen ‘wereldwinkel’ en ‘wereldwinkels’. Eiseres sluit met haar leden, die zelfstandig een winkel met ‘wereldwinkel’ als hoofdbestanddeel van hun handelsnaam voeren, een samenwerkingsovereenkomst (incl. een Formulehandboek). In dit handboek is ten aanzien van de bescherming van de huisstijl, het logo en de naam het volgende vermeld “De naam Wereldwinkel is generiek van karakter, hetgeen betekent dat de naam niet kan worden gedeponeerd en juridisch beschermd. Elke winkel kan zich dus Wereldwinkel noemen. Het onderscheid zit dan ook in de huisstijl, waarvan het logo dus wel is gedeponeerd.” Gedaagde Stichting Wereldwinkels (Stichting) is een gelijksoortige overkoepelende brancheorganisatie en gebruikt sinds 2012 dezelfde twee aanduidingen als onderdeel van haar logo en handelsnaam.

De vorderingen van de Vereniging worden grotendeels afgewezen. De Vereniging is allereerst ontvankelijk in haar vorderingen voor zover die ter behartiging van de belangen van haar leden zijn ingesteld (collectieve actie van artikel 3:305a BW). Op grond van o.a. voornoemde passage in het formulehandboek acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de aanduiding ‘wereldwinkel’ een algemeen gebruikte en generieke term is voor winkels die handelen in fair trade producten en als zodanig inmiddels tot het publieke domein is gaan behoren. Dat brengt met zich mee dat het anderen vrij moet staan deze aanduidingen in hun handelsnaam te gebruiken, zodat de Vereniging geen exclusief recht kan claimen op het gebruik daarvan. Het beroep van de Vereniging op artikel 5 Hnw faalt derhalve.

Gelet op het zwakke onderscheidend vermogen van de aanduidingen is het gebruik ervan als onderscheidingstekens (die geen handelsnamen zijn) door de Stichting ook niet onrechtmatig, te meer nu de partijen de tekens gebruiken in combinatie met een in voldoende mate van elkaar afwijkende huisstijl en logo. Nu het gebruik van de aanduidingen als handelsnaam door de Stichting als rechtmatig is beoordeeld, is niet aannemelijk dat de wervingsbrief die de Stichting aan leden van de Vereniging heeft gestuurd en op haar website heeft geplaatst, onrechtmatig is. Wel moet de Stichting de misleidende uitlatingen met betrekking tot de bij de Stichting aangesloten winkels en de inwisselbaarheid van haar cadeaubonnen van haar website verwijderen danwel aanpassen.

IEPT20130502, Rb Noord-Holland, Wereldwinkel