Gevorderde verhoging van dwangsom geen samenhang met hoofdvordering

17-05-2013 Print this page
IEPT20130515, Rb Overijssel, Trebs v Food & Fun
(Met dank aan Wim Maas en Eelco Bergsma, Deterink)

Vonnis in incident. Gevorderde verhoging van dwangsom en maximum daarvan voor duur van bodemprocedure wordt afgewezen, nu het ontbreekt aan de vereiste 'samenhang' met de hoofdvordering als bedoeld in artikel 223 lid 2 Rv.

OVEREENKOMST - PROCESRECHT

Vonnis in incident. Partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten inzake de ontwikkeling van en de handel in small domestic appliances. In de bodemprocedure vordert Trebs een verklaring voor recht dat Food & Fun toerekenbaar tekort komt in de nakoming van de overeenkomst door de exclusiviteit van Trebs binnen het aangegeven territoir niet te respecteren alsmede door Nearbor als inkoop- en handelskantoor voor de inkoop van al hun producten te omzeilen. Bij vonnis in kort geding van 12 juli 2011 (IEPT20110712) zijn de vorderingen van Food &  Fun gebaseerd op merkinbreuk afgewezen en heeft de voorzieningenrechter in reconventie Food & Fun verboden de Pizzarette pizzaoven of andere door Food & Fun zelf of in samenwerking met Trebs of Nearbor ontwikkelde producten te verhandelen aan distributeurs in Nederland, België en Duitsland. Dit oordeel is in hoger beroep bevestigd onder verbeurte van een dwangsom (IEPT20111213).

Trebs vordert in het incident dat gedurende de bodemprocedure een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv zal worden getroffen, inhoudende een stakingsbevel ten aanzien van de Pizzarette pizzaoven op straffe van een hogere dwangsom. De gevorderde verhoging van de dwangsom en het maximum daarvan voor de duur van de procedure wordt afgewezen, nu het ontbreekt aan de vereiste ‘samenhang’ met de hoofdvordering als bedoeld in lid 2 van artikel 223 Rv:

4.2. Zonder nadere toelichting op dit punt die evenwel ontbreekt, vermag de rechtbank niet in te zien dat eisers een zodanig spoedeisend belang hebben bij de onderhavige vordering in het incident - die eerst is ingesteld nadat vonnis (in de hoofdzaak) is gevraagd - dat een voorziening als thans gevorderd voor de duur van de aanhangige bodemprocedure is geïndiceerd. Omtrent die spoedeisendheid is door eisers niets specifieks aangevoerd, terwijl het feit dat volgens eisers gemeld maximum aan dwangsommen ad € 25.000,00 is verbeurd - hetgeen uitdrukkelijk door gedaagden wordt betwist (bedoeld bedrag is volgens gedaagden louter om executie te voorkomen 'onder protest van verschuldigdheid' door hen voldaan)-, in de gegeven omstandigheden van het geval naar het oordeel van de rechtbank niet toereikend is om als voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv een hogere dwangsom met een hoger maximum toe te wijzen.

4.3. Mede gelet op hetgeen in de hoofdzaak wordt gevorderd, waarbij eisers geen dwangsom hebben verbonden aan de vordering sub II - welke vordering overeenkomt met hetgeen reeds in kort geding, bekrachtigd in hoger beroep, is toegewezen-, betreft het gevorderde in het incident in zoverre hoe dan ook niet een voorlopige voorziening die strekt tot (bij wege van 'voorschot') toewijzing van hetgeen in de hoofdzaak wordt gevorderd of van een gedeelte daarvan. De door eisers verlangde verhoging van de dwangsom en het maximum daarvan voor de duur van de procedure ontbeert daarbij de vereiste 'samenhang' met de hoofdvordering als bedoeld in lid 2 van artikel 223 Rv.

IEPT20130515, Rb Overijssel, Trebs v Food & Fun