Hoger beroep is gegrond: geen sprake van beoordeling van kennen en kunnen van leerling. Dit leidt echter niet tot vernietiging van aangevallen uitspraak, nu besluit van rector c.q. Beroepscommissie in stand dient te blijven: onvoldoende aanwijzingen dat rector een onjuist besluit heeft genomen en er dus geen sprake is van plagiaat.
BESTUURSRECHT - AUTEURSRECHT
Vervolg op IEPT20130212 (rb), waarin de bestuursrechter heeft geoordeeld dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een beoordeling van het kennen en kunnen van een leerling. Verzoeker betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het een dergelijk besluit betreft. Dit betoog is terecht voorgedragen: de rector c.q. de Beroepscommissie is ten aanzien van het beoordeelde opstel niet toegekomen aan een beoordeling van het kennen en kunnen van verzoeker, maar heeft geoordeeld dat hij plagiaat heeft gepleegd en heeft daaraan een maatregel verbonden. Daarbij stond een feitelijk onderzoek centraal naar de mate waarin het ingeleverde opstel overeenkomt met een ander.
Dit leidt evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, nu de voorzitter van oordeel is dat het besluit van de rector c.q. de Beroepscommissie in stand dient te blijven. De rector heeft naar aanleiding van de door het plagiaatdetectieprogramma Ephora vastgestelde gelijkheidsscore van 93% nader onderzoek verricht en de resultaten daarvan aan zijn besluit ten grondslag gelegd. Gelet hierop heeft de Beroepscommissie zich terecht op het standpunt gesteld dat er onvoldoende aanwijzingen zijn en ook anderszins niet aannemelijk is geworden dat de rector een onjuist besluit heeft genomen. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS verklaart het hoger beroep gegrond, maar bevestigt wel de aangevallen uitspraak.
IEPT20130523, RvS, Beroepscommissie Examens ASG