(Voorlopig) inbreukverbod ondanks bewijsopdrachten in eerdere bodemuitspraak

30-05-2013 Print this page
IEPT20130528, Hof Den Haag, ToN v Cresco

Hof in kort geding stemt oordeel over geldigheid en octrooieerbaarheid van door ToN ingeroepen octrooi af op eerdere bodemuitspraak, zodat bestreden vonnis niet in stand kan blijven. Alleen afweging over aannemelijkheid van openbaar voorgebruik en van inbreuk door Cresco wijkt af van bodemoordeel, gezien de afwijkende bewijsregimes in zaken ten gronde en in kort geding. Maatstaf voor toewijsbaarheid van inbreukverbod in kort geding is of naar voorlopig oordeel van hof een gerede kans bestaat dat bodemrechter oordeelt dat sprake is van geldig octrooi en van inbreuk. Ondanks bewijsopdrachten in bodemzaak toch inbreukverbod (en opgave), nu Cresco onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van openbaar voorgebruik terwijl ToN op grond van aanvullend en onweersproken bewijsmateriaal wel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het geanalyseerde plantmateriaal van Cresco afkomstig is en onder beschermingsomvang van octrooi valt.

OCTROOIRECHT - PROCESRECHT

Vervolg op IEPT20120131 (vrz) en IEPT20130508 (rb bodemprocedure). Taste of Nature (ToN) is houdster van het Europese octrooi voor “Raphanus met verhoogde anthocyaninegehaltes” en meent dat de spruitplanten die Cresco onder de namen Red Radish Cress en (Red) Purple Radish Cress op de markt brengt, inbreuk maken op haar octrooi. Bij vonnis van 31 januari 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag de inbreukvorderingen van ToN afgewezen op de grond dat de door ToN ingeroepen conclusies van het octrooi vallen onder de uitzondering op octrooieerbaarheid van artikel 53 sub b EOV. De bodemrechter oordeelt echter anders en draagt Cresco op bewijs van het door haar gestelde openbaar voorgebruik te leveren, terwijl ToN wordt opgedragen bewijs te leveren van haar stelling dat Cresco inbreuk maakt op haar octrooi.

Het hof stelt voorop dat de kort gedingrechter die uitspraak doet nadat in de bodemzaak uitspraak is gedaan, zijn oordeel dient af te stemmen op die bodemuitspraak, ook als dit geen eindvonnis is. Het hof neemt derhalve het oordeel van de Haagse rechtbank over de geldigheid en octrooieerbaarheid van het door ToN ingeroepen octrooi vrijwel geheel over, zodat het vonnis van de voorzieningenrechter niet in stand kan blijven. Alleen de afweging in dit kort geding appel over de aannemelijkheid van openbaar voorgebruik en van inbreuk door Cresco wijkt af van het bodemoordeel, vanwege gronden die verband houden met afwijkende bewijsregimes in zaken ten gronde en in kort geding.

Het hof is namelijk in kort geding niet gebonden aan de regels van bewijsrecht. Maatstaf voor de vraag naar de toewijsbaarheid in kort geding van het door ToN gevorderde inbreukverbod is of naar het voorlopig oordeel van het hof een gerede, en dus serieuze en niet te verwaarlozen, kans bestaat dat de bodemrechter oordeelt dat er sprake is van een geldig octrooi en inbreuk daarop door Cresco. Daarvan is naar het oordeel van het hof sprake. Hetgeen Cresco in dit kort geding heeft bijgebracht omtrent het gestelde openbaar voorgebruik is voorshands onvoldoende om aannemelijk te achten dat zij in de bodemprocedure zal slagen de (hoge) drempel te halen die aan bewijs hiervan wordt gesteld.

ToN heeft daarentegen op grond van aanvullend (en onweersproken) bewijsmateriaal voldoende aannemelijk gemaakt dat het in het rapport geanalyseerde plantmateriaal afkomstig is van Cresco en dat daarmee wordt gekomen onder de beschermingsomvang van haar octrooi. Het hof acht dus gerede kans aanwezig dat de bodemrechter toereikend inbreukbewijs zal worden gepresenteerd door ToN. De in de bodemzaak gegeven bewijsopdrachten doen niet af aan dit voorlopig oordeel in kort geding, vanwege de genoemde afwijkende bewijsregimes. Het bestreden vonnis wordt vernietigd, waarna een inbreukverbod en opgave worden toegewezen.

1019h Rv proceskosten: € 40.038,13 (eerste aanleg) en € 47.406,65 (hoger beroep).

IEPT20130528, Hof Den Haag, Taste of Nature v Cresco