Geen opheffing beslag op voorraad (inbreukmakende) hoofdkussens van Polydaun

25-06-2013 Print this page
IEPT20130604, Rb Gelderland, Polydaun
(Met dank aan Lars Bakers, Bingh Advocaten)

Geen opheffing beslag: van ondeugdelijkheid vordering of onrechtmatigheid beslag is niet gebleken. Derdenwerking gemeenschapsmodelregistratie na inschrijving; publicatie van registratie niet noodzakelijk hiervoor. Nalaten contact op te nemen met beslagene of sommatiebrief te sturen laat onverlet dat verlof kan worden gevraagd tot leggen van beslag, indien voldoende aannemelijk is gemaakt dat inbreuk op een IE-recht is gemaakt óf dreigt gemaakt te worden. Verder heeft Polydaun onvoldoende aannemelijk gemaakt dat in geheel geen sprake is van inbreuk op gemeenschapsmodelrecht op hoofdkussen 'Robin' van gedaagde.

MODELRECHT - PROCESRECHT

Gedaagde heeft bij akte onder meer de intellectuele eigendomsrechten, waaronder het modelrecht en het auteursrecht op het ‘Robin’ hoofdkussen van de gefailleerde Jade B.V. overgedragen gekregen. Dat hoofdkussen heeft een wigvorm, blauw gekleurde biezen aan de zijkant en een inkeping in het midden van de onderkant van het kussen. Vanaf 22 november 2012 heeft eiseres Polydaun een serie hoofdkussens op de markt gebracht onder de naam ‘Papilio’; deze hoofdkussens kenmerken zich door een wigvorm, gekleurde biezen en een inkeping in het midden van de onderkant van de kussens. Gedaagde heeft vervolgens ten laste van Polydaun conservatoir beslag gelegd op de hoofdkussens van de ‘Papilio’ serie. Polydaun vordert opheffing van het beslag. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.

De eerste vraag die in dit kort geding beantwoord dient te worden, is of gedaagde zich ten tijde van het indienen van het beslagrekest reeds op de gemeenschapsmodelregistratie kon beroepen. Vast staat dat de overgang van de modelregistratie naar gedaagde op 22 april 2013 is ingeschreven in de database van het Bureau en op 24 april 2013 is gepubliceerd. Gedaagde heeft vervolgens op 23 april 2013 een verzoekschrift tot het leggen van beslag ingediend en op 24 april 2013 beslag gelegd. De stelling van Polydaun dat gedaagde zich al op de gemeenschapsmodelregistratie beriep terwijl daar nog geen derdenwerking aan toe kwam, treft geen doel. Uit artikel 28 GMoV volgt dat een rechtverkrijgende zich na inschrijving van op de uit de inschrijving van het gemeenschapsmodel voortvloeiende rechten kan beroepen; niet is bepaald dat ook eerst publicatie noodzakelijk is voor derdenwerking.

Onvoldoende aannemelijk is verder geworden dat het beslag onrechtmatig is dan wel dat sprake is van misbruik van recht. Weliswaar heeft gedaagde nagelaten om – hetgeen in de praktijk gebruikelijk is – voorafgaand aan het leggen van het beslag contact op te nemen met Polydaun dan wel een sommatiebrief te sturen, maar dit laat onverlet dat gedaagde verlof kan vragen tot het leggen van een dergelijk beslag indien hij voldoende aannemelijk weet te maken dat een inbreuk op zijn recht van intellectuele eigendom is gemaakt óf dreigt te worden gemaakt.

De stelling van Polydaun dat in het geheel geen sprake is van inbreuk op het geregistreerde gemeenschapsmodel van gedaagde kan ook niet worden gevolgd: de voorzieningenrechter oordeelt dat het model gedeeltelijk is gebaseerd op eerder (door onder andere Polydaun) ontworpen kussens met gekleurde biezen en een wigvorm. Hieraan is door Jade een (ergonomische) inkeping toegevoegd, die mede maakt dat de nek en schouders van de slaper worden ondersteund. Polydaun heeft bij haar kussens, die ook een wigvorm en gekleurde biezen hebben, eenzelfde soort inkeping gemaakt, die nagenoeg gelijk is aan de inkeping van het model. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat bij vergelijking van de beide kussens een andere algemene indruk wordt gewekt bij de geïnformeerde gebruiker.

IEPT20130604, Rb Gelderland, Polydaun