Geen causaal verband terzake gestelde auteursrechtinbreuk op werktekeningen

24-06-2013 Print this page
IEPT20130605, Rb Midden-Nederland, Hbeton
(Met dank aan Joost Becker, Dirkzwager)

Schadevergoedingsvordering van Hbeton afgewezen: causaal verband tussen schade en inbreuk op haar auteursrechten op ontwerpen, tekeningen en berekeningen onvoldoende onderbouwd.

ONRECHTMATIGE DAAD - AUTEURSRECHT

Eiseres Hbeton fabriceert en verhandelt prefab betonelementen en heeft op basis van een opdracht van voormalig hoofdaannemer Panagro werktekeningen en berekeningen (laten) opstellen voor de bouw van twee blokken in IJmuiden. Panagro is nadien in staat van faillissement verklaard. Vervolgens heeft Bouwfonds aan HSB Bouw als hoofdaannemer opdracht verleend, die Vebo inschakelde als leverancier van betonelementen. Hbeton stelt dat gedaagden (voornamelijk Vebo) onrechtmatig hebben gehandeld door inbreuk te maken op haar eigendoms- en auteursrecht op haar ontwerpen, tekeningen en berekeningen en vordert € 91.563,-- aan schadevergoeding. De schadevergoedingsvordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband. Hbeton wordt op grond van artikel 1019h Rv veroordeeld in de proceskosten van gedaagden van in totaal bijna € 45.000.

3.8  De curator heeft uitdrukkelijk verweer gevoerd op het punt van het causaal verband. Hij voert aan, zeer kort gezegd, dat de schade die Hbeton lijdt veroorzaakt wordt door het faillissement van Panagro of eventueel door eigen handelen van Hbeton zelf, doordat zij de stukken zelf aan HSB Bouw verstrekt heeft. […] Ook als Hbeton schade lijdt door het faillissement van Panagro, sluit dat inderdaad niet uit dat de schade mede is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van gedaagden, of één van hen, maar daarvoor is op z’n minst vereist dat de schade niet zou zijn opgetreden zonder dat handelen. […] Als Vebo de stukken gebruikt heeft, heeft zij daar mogelijk voordeel van gehad, maar dat leidt niet tot de conclusie dat Hbeton daarvan nadeel heeft gehad. Wanneer gedaagden de stukken niet gebruikt zouden hebben, leidt dat er niet toe dat Hbeton geen kosten gemaakt zou hebben voor haar opdracht voor Panagro en evenmin dat Panagro voor die werkzaamheden wel betaald zou hebben. Met andere woorden, of Vebo de stukken van Hbeton nu gebruikt heeft of niet, heeft geen gevolg voor het feit dat Hbeton niet betaald is voor haar werkzaamheden voor Panagro en dat zij uit dit project ook geen inkomsten meer zal krijgen.

3.9. Het standpunt van Hbeton zou nog zo gelezen kunnen worden dat Vebo dankzij de stukken van Hbeton de opdracht verkregen heeft en dat HSB Bouw die opdracht anders aan Hbeton gegeven zou hebben, zodat het verlies van de opdracht mede is veroorzaakt door het feit dat Vebo over die stukken beschikte. Zij gaat echter niet gemotiveerd in op het verweer van Vebo dat HSB Bouw al tientallen jaren met Vebo samenwerkte en dat de opdracht op basis van vertrouwen dat tussen deze twee partijen bestond mondeling is gegeven zonder offerte vooraf maar op basis van de bestaande directiebegroting […]. Omdat Hbeton daarop niet ingaat, heeft zij het bestaan van causaal verband ook in deze vorm onvoldoende toegelicht.

3.10. Voor de andere gedaagden geldt dat hun onrechtmatig handelen samenhangt met dat van Vebo. De stellingen van Hbeton komen hierop neer dat de curator en HSB Bouw mogelijk gemaakt hebben dat Vebo die stukken gebruikte en dat Bouwfonds dat gebruik heeft toegestaan. Wanneer echter geen causaal verband bestaat tussen de schade en het gebruik van de stukken door Vebo, dan valt helemaal niet in te zien welk causaal verband er kan bestaan tussen de schade en het mogelijk maken dan wel toestaan van dat gebruik.

IEPT20130605, Rb Midden-Nederland, Hbeton v Bouwfonds

.