Geïnformeerde gebruiker zal geringe verschillen tussen wijzerplaten waarnemen

12-06-2013 Print this page
IEPT20130606, GEU, Kastenholz v BHIM

Gemeenschapsmodel – Beroep strekkende tot vernietiging van beslissing R 1086/20093 van de derde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 2 november 2010 houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling tot afwijzing van de door verzoeker ingestelde vordering tot nietigverklaring van gemeenschapsmodel nr. 6026360003 (Wijzerplaten).

Het beroep wordt verworpen. Zelfs indien de verschillen tussen de conflicterende modellen gering zijn, zullen zij door de geïnformeerde gebruiker (in het geval van wijzerplaten voor horloges en schaalwijzers) niet als onbeduidend worden beschouwd.

62 Zelfs indien zou worden aangenomen – zoals verzoeker beweert – dat de verschillen tussen de conflicterende modellen gering zijn, zullen zij gemakkelijk worden waargenomen door de geïnformeerde gebruiker. In dit verband dient eraan te worden herinnerd dat bij de beoordeling van het eigen karakter van een model rekening moet worden gehouden met de aard van het voortbrengsel waarop het model wordt toegepast of waarin het is verwerkt en in het bijzonder met de bedrijfstak waarmee het verbonden is (arrest Communicatie-apparatuur, reeds aangehaald, punt 43). In casu dient met betrekking tot wijzerplaten voor horloges, een deel van wijzerplaten voor horloges en schaalwijzers te worden geoordeeld dat zij bestemd zijn om op zichtbare wijze aan de pols te worden gedragen en dat de geïnformeerde gebruiker bijzondere aandacht zal besteden aan de verschijningsvorm ervan. Hij zal deze aandachtig onderzoeken en zal dus in staat zijn te bemerken, zoals in punt 56 supra werd vastgesteld, dat de oudere modellen een ruimere kleurencombinatie dan het litigieuze model produceren en tevens een variërende intensiteit van de kleuren, in tegenstelling tot laatstgenoemd model. Gelet op het belang van de verschijningsvorm van die voortbrengselen voor de geïnformeerde gebruiker, zal deze gebruiker die verschillen, zelfs indien deze gering worden geacht, niet als onbeduidend beschouwen.

79 Met betrekking tot de door verzoeker aangevoerde inbreuk op het auteursrecht op de oudere kunstwerken dient te worden vastgesteld dat overeenkomstig artikel 25, lid 1, sub f, van verordening nr. 6/2002 een gemeenschapsmodel nietig kan worden verklaard indien in het model zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van een werk dat in een lidstaat auteursrechtelijk is beschermd. Op die bescherming kan de houder van het auteursrecht derhalve aanspraak maken wanneer hij dat gebruik van het betrokken model kan verbieden overeenkomstig het recht van de lidstaat dat hem de bescherming verleent.

80 Verzoeker heeft evenwel, ondanks de nationale bepalingen waarnaar hij verwijst in punt 39 van het verzoekschrift, in casu geen enkele aanwijzing verstrekt omtrent de omvang van de auteursrechtelijke bescherming in Duitsland, in het bijzonder met betrekking tot de vraag of de auteursrechtelijke bescherming in Duitsland de reproductie, zonder toestemming, van het aan de oudere kunstwerken ten grondslag liggende idee verbiedt, zonder zich te beperken tot de bescherming van de concrete vorm of de uiterlijke kenmerken van die werken.

82 Derhalve moet het derde middel worden afgewezen en daarmee het beroep in zijn geheel worden verworpen.

Lees het arrest hier.