€ 92.334,97 proceskosten: nietigheidsactie octrooi hangt samen met dreigende inbreukactie
27-06-2013 Print this page
Handhavingsrichtlijn van toepassing op nietigheidsprocedures als die samenhangen met concrete (dreigende) inbreukacties conform arrest Danisco/Novozymes van het Hof Den Haag: in casu sprake van, zodat proceskosten moeten worden begroot op basis van artikel 1019h Rv.
PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20121128 (tussenvonnis), waarin de rechtbank de beslissing over de proceskosten in reconventie heeft aangehouden om partijen de gelegenheid te geven zich uit te laten over de consequenties van het HvJEU-arrest Bericap v Plastinnova.
Samsung stelt dat uit dit arrest volgt dat de handhavingsrichtlijn niet van toepassing is op procedures waarin uitsluitend de nietigheid van een IE-recht aan de orde is. Deze uitleg, waarin de richtlijn op geen enkele nietigheidsprocedure van toepassing zou zijn, verdraagt zich niet met het arrest Danisco v Novozymes van het hof Den Haag. Volgens het hof in deze zaak is de handhavingsrichtlijn wel van toepassing op nietigheidsprocedures als die samenhangen met concrete (dreigende) inbreukacties. Het Bericap-arrest staat daaraan niet in de weg omdat het oordeel van het HvJEU ziet op een andere situatie, namelijk een nietigheidsprocedure die niet kenbaar samenhangt met een concrete (dreigende) inbreukactie. De rechtbank ziet geen aanleiding een andere lijn te volgen.
Nu in het onderhavige geval sprake is van een nietigheidsprocedure die samenhangt met een concrete inbreukactie (een in reconventie ingestelde vordering tot nietigverklaring van een octrooi die is ingediend onder de voorwaarde dat in conventie wordt geoordeeld dat bepaalde producten onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen), is de handhavingsrichtlijn van toepassing en moeten de proceskosten begroot worden op basis van artikel 1019h Rv: € 92.334,97.