Inventiviteit verbetering therapietrouw en behandelingseffectiviteit ontbreekt: pointer in meest nabije stand van techniek en uitvoering gebruikelijke doseringsbereikstudies leiden tot geclaimde gewichtsverhouding.
OCTROOIRECHT
Vervolg op IEPT20130417, waarin de voorzieningenrechter het door Wellcome jegens Mylan gevorderde inbreukverbod op grond van haar Europees octrooi voor een “combinatie van atovaquon met proguanil voor de behandeling van protozoën infecties” (antimalariamiddel) heeft afgewezen, omdat naar zijn oordeel er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestond dat de bodemrechter het Nederlandse deel van het octrooi zou vernietigen wegens gebrek aan inventiviteit in het licht van de lezing van Hutchinson. Eiseres Glenmark vordert nu nietigverklaring van het Nederlandse deel van het octrooi. De rechtbank wijst de vordering toe.
De rechtbank is van oordeel dat de gemiddelde vakman die op de prioriteitsdatum de therapietrouw en effectiviteit van de behandeling van malaria wilde verbeteren ook zou uitkomen op de geclaimde materie.
• Wat betreft het verbeteren van de effectiviteit van de behandeling staat daarbij voorop dat de lezing van Hutchinson zelf uitdrukkelijk in de richting wijst van het optimaliseren van de dosering. Hutchinson sluit de lezing namelijk af met de conclusie dat “further dose ranging studies of combination therapy are clearly justified”.
• Glenmark heeft, onder verwijzing naar de verklaring van haar deskundigen Hill en Molyneux, aangevoerd dat de gemiddelde vakman die, destijds gebruikelijke, doseringsbereikstudies zou hebben uitgevoerd en zou zijn uitgekomen op de geclaimde gewichtsverhouding. Glenmark heeft er daarbij – als zodanig onweersproken – op gewezen dat de geclaimde gewichtsverhouding niet bijzonder is. De standaarddosering van proguanil (200 mg) in combinatie met de dosering van atovaquone waarmee Hutchinson zijn onderzoek is begonnen (500 mg), valt al binnen het geclaimde bereik.
IEPT20130619, Rb Den Haag, Glenmark v Wellcome