Octrooi voor elektronische programmagidsen nietig wegens ontbreken van inventiviteit
27-06-2013 Print this page
Octrooi van Rovi voor elektronische programmagidsen nietig wegens ontbreken van inventiviteit. Enkele 'nieuwe' van octrooi bestaat uit presentatie van gegevens 'als zodanig', dat ingevolge artikel 52 EOV niet beschouwd wordt als maatregel met een technisch karakter en dat dus an sich niet octrooieerbaar is. Nu conclusies 1 en 6 ook maatregelen bevatten die wel een technisch karakter hebben, staat voornoemd artikel de octrooieerbaarheid niet in de weg. Bij beoordeling van inventiviteit moeten niet-technische maatregelen echter buiten beschouwing worden gelaten en wordt slechts gekeken naar wel-technische maatregelen. Deze laatste maatregelen lagen echter binnen bereik van gemiddelde vakman, zodat deze de nodige inventiviteit missen.
OCTROOIRECHT
Vervolg op IEPT20110518, waarin de rechtbank in reconventie heeft geoordeeld dat het octrooi van Rovi voor “een werkwijze en inrichting voor het toegang nemen tot informatie over televisieprogramma’s” (elektronische programmagidsen) nietig is omdat sprake is van verboden toegevoegde materie. Hiertegen richten de grieven van Rovi zich. De grieven falen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Het hof gaat eerst in op de stelling van Ziggo dat het octrooi van Rovi nietig is, omdat het geen octrooieerbare materie bevat in de zin van artikel 52 EOV/2 Row althans inventiviteit mist. Het ‘nieuwe’ van het octrooi ligt volgens het hof enkel gelegen in de kenmerken (d)-(d3) van de hoofdconclusies 1 en 6, die kort gezegd inhouden dat de televisiekijker door bijvoorbeeld een toets op een afstandsbediening in te drukken (‘gebruikersinvoer’) verdere informatie (dan informatie over de titel en het kanaal) over het door hem geselecteerde programma in een overlay op het televisiescherm kan oproepen.
De inhoud van deze ‘verdere informatie’ is louter bestemd voor de zappende televisiekijker en heeft geen enkel effect op de technische werking van de methode of het systeem waarin het wordt opgeroepen. Het gaat hier dus om presentatie van gegevens ‘als zodanig’, dat ingevolge artikel 52 EOV niet beschouwd wordt als een maatregel met een technisch karakter en dus an sich niet octrooieerbaar is. De hoofdconclusies 1 en 6 van het octrooi bevatten echter ook maatregelen die wel een technisch karakter hebben, zodat conform de Duns-uitspraak van de Technische Kamer van Beroep artikel 52 EOV aan de octrooieerbaarheid van het octrooi niet in de weg staat.
Het vorenoverwogene brengt echter wel met zich dat bij de beoordeling van de inventiviteit van het octrooi buiten beschouwing moet worden gelaten dat in deze kenmerken de niet-technische maatregel wordt beschreven om de televisiekijker desgewenst verdere informatie te presenteren. Die beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van de wel-technische maatregelen van deze kenmerken. Deze maatregelen lagen echter binnen het bereik van de gemiddelde vakman. Geconfronteerd met het probleem hoe de televisiekijker kan worden voorzien van ‘verdere informatie’ over het programma dat hij aan het bekijken is, zou de vakman zonder meer tot deze technische maatregelen zijn gekomen. Het betoog van Ziggo treft derhalve doel. De vordering van Ziggo tot vernietiging van het octrooi is reeds toewijsbaar op de grond dat de daarin beschreven (technische) maatregelen inventiviteit missen.
IEPT20130625, Hof Den Haag, Rovi v Ziggo