Niet rechtsgeldig zijn geleverde softwarelicenties onvoldoende onderbouwd

05-07-2013 Print this page
IEPT20130626, Rb Noord-Holland, Nivo

Niet rechtsgeldig zijn geleverde softwarelicenties onvoldoende onderbouwd en geen valide grond voor ontbinding softwareleveringsovereenkomst. Ondeugdelijkheid geleverde software onvoldoende onderbouwd.

OVEREENKOMST - LICENTIE

Nivo is een groothandel in import en export van Aziatische levensmiddelen. Gedaagde is een organisatie-adviesbureau in projectmanagement op het gebied van ICT. Medio 2010 zijn Nivo en gedaagde in overleg getreden over de vervanging van de tot dat moment door Nivo gebruikte software voor de administratie van haar bedrijfsprocessen door een nieuw pakket. Het overleg leidde tot een volledig uitgewerkte offerte, welke uitging van een Microsoft Dynamics NAV Business Essentials licentie. Vervolgens hebben de partijen een achttal overeenkomsten gesloten, strekkende tot levering van de software.

Na livegang concludeerde Nivo dat de geleverde software niet voldeed aan de gestelde eisen. Deze gebreken heeft Nivo aan gedaagde laten weten. Nivo heeft vervolgens bij een gecertificeerde distributeur van Microsoft Dynamics een second opinion gevraagd, waaruit bleek dat gedaagde geen Microsoft gecertificeerde Microsoft Dynamics partner was en dat de verkeerde Dynamics NAV versie was geleverd.

Nivo vordert ontbinding van de overeenkomst en vernietiging op grond van dwaling. De vordering tot ontbinding wordt gegrond op de stelling van Nivo dat er sprake is van een situatie waarin gedaagde nimmer rechtsgeldig kon leveren conform de overeenkomst, omdat zij niet in staat was om software met een geldige licentie te leveren. Vervolgens meent de rechtbank dat er onvoldoende feiten zijn gesteld om aan te nemen dat de licenties niet rechtsgeldig zouden zijn. Het is ook niet aannemelijk dat het probleem voor Nivo wezenlijk zat of zit in deze licenties. Het probleem was echter gelegen in het niet deugdelijk functioneren van de software. Dit vormt dus geen valide grond voor ontbinding. De tweede grond waarop de ontbinding is gebaseerd doet beroep op het door Nivo ingewonnen second opinion, welke zij niet in het geding heeft gebracht. Dit vormt dus ook geen grond voor ontbinding.

Het beroep op dwaling faalt wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Uit de overgelegde offerte blijkt niet dat gedaagde pretendeert een gecertificeerd partner te zijn. Ook valt niet af te leiden dat Nivo in de veronderstelling verkeerde dat zij dit wel was. Dat rechtvaardigt de slotsom dat de status van de leverancier niet een zo essentieel onderdeel van de overeenkomst was dat een beroep op dwaling kan worden gegrond op de omstandigheid dat de certificering niet aan de contractuele wederpartij maar aan een aan die partij gelieerde entiteit is verleend.

IEPT20130626, Rb Noord-Holland, Nivo